HANDEN

 

Ooit weigerde ik een bekende architect de hand te schudden. Steeds wanneer hij me in de facultaire lift zag staan, vertikte hij het na dit incident om in te stappen. ‘Waarom gaf je hem geen hand?’ - vroeg een collega. ‘Dat kon ik niet - antwoordde ik - het was alsof ik dan die ellendige gebouwen van hem ook een hand zou geven’.

 

Nu kijk ik naar Wajda’s Danton en hoor de protagonist zeggen dat hij de hand van Robespierre weigerde. ‘Waarom deed je dat?’ – vraagt zijn vriend Camile. ‘Het had je kunnen redden’. ‘Tja, antwoordt Danton, nu wordt het mijn dood. Maar aan die hand kleeft teveel bloed’.

 

Danton kon het niet meer goedmaken, ik nog wel. Rug aan rug - op een feest in het Premsela Huis op het Prinseneiland - botsten de bekende architect en ik tegen elkaar. Terwijl we ons, vanzelfsprekend gepikeerd, tegelijk omkeerden bereikten onze handen spontaan elkaar. Bien etonnés de se trouver ensembles - zand erover!

 

Sierksma, januari 2010

 

 

ZICH

Het beeld van een ander staat je zo na.

Een spiegel verduistert, verschaft je slechts schimmen.

Over straatstenen vallen, maar bergen beklimmen.

Ver valt te kennen, doch nabij is te na.

 

 

 

 

Sierksma, 13.1/10