AMC
|
|
De nachten, die waren lang. ´s avonds zag je de witte muren, grijs en dan donker worden. En hier en daar brandde een groen lampje. Of soms rood. En aan de overkant, op een andere afdeling, daar waarde de dood ook rond, de hele nacht, met zijn zeis en cape. In het lange donker keek ik uren naar de deur die nooit open ging. Ik keek tot de zon opkwam en de Bijlmer zacht verlichtte. |
|