Altijd
Wij gingen weg,
wij samen, met twee tassen.
Dat was alles.
Koud zou het niet zijn,
daar,waar wij heen gingen,
wij samen.
Naar dat land met
palmbomen, zee, warm zand en
zonpaleizen.
En jij in witte jurken,
met slippers aan je bruine voeten
en je haar in de wind.
Maar jij zou daar altijd blijven
en ik zou het koud hebben.
Voor altijd.