BLIND

 

Op 10 februari stond er een prachtige foto in de krant: Ton Sijbrands met vrouw en twee tekkels. Een in regenjas vermomde bard uit de oertijd, zo loopt hij daar, een grijsbehaarde reus met zo’n enorm kleine hondje aan een wel heel stevige lijn.

 

Tonnie (zoals hij vroeger heette toen hij nog bij Ajax speelde en gitarist wilde worden, alvorens aan het wereldkampioenschap dammen de voorkeur te geven) blijkt volgens de interviewer – althans in wat hij ons laat lezen – slechts één gevoelige snaar te hebben. Hij zou in Muiderberg hebben gewoond in plaats van in een rijtjeshuis in Muiden, wanneer hij vroeger voor schaken en niet voor dammen had gekozen. Die sport verdient bar slecht.

 

Misschien heeft dit te maken met het imago van het damspel en met de soort mensen die deze denksport bedrijven. Zeker prutsschakers zoals ik weten sinds hun vroege jeugd, dat dammen een stuk moeilijker is dan schaken. Het belachelijke verschil in betaling is dus dubbel gênant. Schaakstukken verschillen in waarde en in vorm; damschijven zijn allemaal identiek. Een damstand herkennen en mentaal manipuleren is dus een stuk lastiger dan een schaakstand - veel abstracter. Alleen niet-schakers en niet-dammers weten dit niet.

 

Maar er is meer aan de hand zegt deze voormalige socioloog. Dammen komt in Nederland vooral uit Friesland, in het bijzonder uit kleinere plattelandsgemeenten. Een aangetrouwd familielid, ooit onderdirecteur van een gekkengesticht in Limburg, toen directeur van zo’n inrichting in Noord-Friesland, vertelde het volgende: “Ik dacht in Maastricht wel zo’n beetje door te hebben wat gekken zijn. Nu, hier in Friesland weet ik het pas echt.” Die enggeestige gereformeerden! “En daar zal wening en knersing der tanden zijn….” God verhoede dat ze gek worden, want dan zijn ze onmiddellijk knetter.

 

Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg. Sijbrands – een groot kenner van het spel en dus van de spelers, zegt over zowel schakers als dammers: “Het zijn over het algemeen vrijgezellen met plastic tasjes, zachtaardige types, geen macho’s.” Een groot dammer mag hij zijn, een kenner van schakers is hij echter niet. Dammers, vooral de Friese soort, zijn curieuze, autistische tiepjes. Schakers zijn veel vaker flamboyant, ze lezen meer en ze zijn een stuk agressiever dan dammers. Ze komen vaker uit de grote stad. Hoewel Donner een extreem geval was – hij was ook een auteur van klasse - vind ik hem toch een prototype. Kasparov en Fischer mochten er ook zijn.

 

Dammen is behalve een gereformeerd spel, vooral sekseloos. ‘Uniseks’ zeg maar, nog voor het woord werd uitgevonden en toegepast op mensen. Het schaakspel - met een oppermachtige Dame als Maîtresse en een wat sullige, maar niettemin centrale Heer, om wie tenslotte alles draait – is veel wulpser. Dammers zuipen vaak: brandewijn, genever, zwaar spul. Schakers savoureren veeleer wijnen en, behalve hun Dame, ook vrouwen.

 

Sierksma 11.2/09