Bedankt

Dan bel ik op en dan bedank ik ze even, dat zei de oude man waarmee ik in het café aan de praat was geraakt. De man was af en toe zo blij met het feit dat er elke dag  weer schoon vers water, zomaar uit de kraan kwam, dat hij af en toe naar Waternet belde om ze hartelijk te bedanken.

Het gesprek loopt in het begin niet echt hartelijk, zei de man, want als ik bel en ik krijg de telefoniste dan denkt die dat ik haar in de maling neem. Als ik dan zeg dat het water vanochtend weer zo lekker smaakte, dan zijn ze erg verbaasd. Maar wat was er  mis? , vragen ze dan, of waarom belt u dan? Als ik dan zeg; Om u en al uw collega, s te bedanken voor het lekkere water, dan vinden ze het vaak wel leuk. Niet dat ik elke week bel hoor, zei de man, je moet het ook niet overdrijven. Maar zo één of twee keer per jaar mogen die mensen toch ook wel eens bedankt worden.

Ik denk dat ze elke dag genoeg gezeur aan hun hoofd hebben. De bakker bedank ik elke dag voor zijn brood en daar moet ik het ook nog zelf voor ophalen. Dat water wordt ook nog bij me thuis gebracht voor die paar centen die het kost. Want het is natuurlijk hartstikke goedkoop hier in Nederland.  En dan zijn er nog mensen die hartstikke dure flesjes water kopen in de winkel wat waarschijnlijk ook nog van slechtere kwaliteit is dan het Amsterdamse water. Weet je wel dat er in de oceaan en eiland drijft zo groot als Spanje, Frankrijk en Duitsland bij elkaar, alleen maar van weg gegooide plastic flessen. Dus ook nog eens hartstikke slecht voor het milieu.

Maar goed, vervolgde de man, ik bedank niet alleen Waternet hoor, maar soms bel ik ook wel eens naar het GVB als ik met de tram heel snel door de stad ben vervoerd. Of naar de stadsreiniging om te zeggen dat de straat weer zo lekker schoon en aangeveegd is.

Ik bel ook wel eens naar de begraafplaats waar ik al een plekje heb besproken voor mezelf. Vlak naast het graf van mijn moeder. Dan vraag ik aan zo een begraafplaats medewerker of mijn plekkie nog vrij is en of ze er een beetje goed voor zorgen. En  dat het nooit meer lang kan duren voordat ik kom.

Laatst droomde ik trouwens van mijn moeder, het goeie mens is al twintig jaar dood, en toen vroeg ze steeds wanneer ik nou ook eens ging verhuizen. Dat zou ze leuk vinden als ik weer bij haar in de buurt was. Met andere woorden vroeg ze wanneer ik nou eens van plan was dood te gaan. In mijn droom dan.

Maar daar bedankt u nog even voor, denk ik, moest ik weer gevat vragen.

Ja, laat ik daar nog maar even mee wachten,  zei de man vermoeid, terwijl hij zijn jas aan trok en  het café verliet zonder nog iets te zeggen. Alsof hij ergens heel diep over na moest denken.

Bedankt, zei k, en keek hoe de man de hoek om ging.