Vervolg van 17-04-2009

Breien, deel twee

.

In een show van Freek de Jonge heeft hij het er over dat hij als kind zelfgebreide onderbroeken moest dragen. Die werden gemaakt door zijn moeder. De gulpen van die onderbroeken waren afgezet met zestien parelmoerenknoopjes en die dingen zaten volgens hem zo strak dat hij op een gegeven moment twee verschillende bloedsomlopen had. Een onder het elastiek van de onderbroek en een daar boven. De lichaamsdelen bewogen zich geheel onafhankelijk van elkaar. Buiten dat het erg leuk gevonden is van hem,  zat er in mijn jeugd een grote kern van waarheid in. Het enige wat ik, denk ik niet gedragen heb wat mijn moeder zelf had gebreid dat waren zelfgebreide onderbroeken.

 Voor de rest heb ik elke willekeurig kledingstuk wat mensenhanden van wol kunnen maken aan mijn lichaam gehad. Mutsen, vesten, truien, sjaals,  handschoenen, lange wollen jassen en zelfs toen ik baby was kun je op enkele foto,s van mij zien dat mijn dikke bolle beentjes uit strakke babybroekjes puilen en mijn dikke korte armpjes uit te strak zittende truitjes met knoopjes op de schouder. Het waren vast ook nog afdragertjes van mijn ouders broers. Of oude truien die waren uitgehaald en weer opnieuw in elkaar waren gezet.  Soms zagen mijn broers en ik er uit als klonen van Maya de bij als mijn moeder een goedkoop partijtje wol op de kop had getikt waar ze dan truien met dikke horizontale strepen van had gemaakt. Een andere keer liepen we allemaal met de zelfde blauwe, groene, grijze of andere  kleur trui uit een goedkoop partijtje. Als kind had ik er allemaal niet zoveel last van maar toen ik een jaar of twintig was en als mijn moeder dan weer eens vroeg of ik weer een mouw of een voorpand wilde passen toen kreeg ik er toch wel een beetje genoeg van. Maar zij was er blij mee en ze had altijd wat te doen dus we zeiden maar dat we het nog steeds mooie truien vond.

Mijn moeder is inmiddels 76 en zij heeft al jaren geen breipen meer aan geraakt.  een jaar of drie geleden heeft ze al de pennen en de zakken wol, die ze altijd als een soort hamster door het hele huis verzamelde,  weg gedaan. Verbaasd keken mijn broers en ik naar mijn moeder die we niet anders kenden dan met een paar breipennen onder haar armen. Wij dachten dat ze ziek was of iets dergelijks of dat ze dacht dat ze snel dood zou gaan. Maar toen wij bezorgd aan haar vroegen wat er was, toen zei ze dat ze er niets meer aan vond. Ze had al jaren een hekel aan dat breien. Maar ze was er mee doorgegaan omdat wij het zo leuk vonden.