Broodje
Het is lekker weer en ik trappel om naar buiten te gaan. Het zonnetje is zo uitbundig, dat je er spontaan zin in het leven van krijgt. Bovendien heb ik een week bij ouders en schoonouders in de provincie doorgebracht, grenzend aan de tranquille verveling, heerlijk zo’n impulsarme omgeving voor een weekje dan.. Maar nu heb ik weer behoefte aan een dosis Amsterdam: Home is where the heart is.
Dan is de vraag waar ga ik heen? Albert Cuyp en Pijp, Leidseplein en dan richting Spui, of Nieuwmarkt en Nieuwezijdsvoorburgwal? Keuze te over. En dan noem ik alleen nog de drie vaste routes. Ik dreig erin te verzuipen, en dan weet ik het opeens. Mijn geliefde! Het is echt weer om met een geliefde in het park te liggen en elkaar druiven of zoiets te voeren. Laat ik richting mijn verliefde fietsen. Over de Ceintuurbaan, richting Amstelbrug en dan even stilstaan op het mooiste stukje Amsterdam, met aan de ene kant uitzicht op Amstelhotel en Stopera en aan de andere kant de Rembrandttoren en de Weesperzijde. God wat houd ik van Amsterdam in de lente (in de winter trouwens ook en in de herfst en in de zomer, maar dan zou ik maar afdwalen.)
Richting geliefde dus, want dan kan ik gelijk op mijn weg nog even stoppen bij dat ene zaakje aan de Ceintuurbaan om een broodje te eten. Het is een bakkerijtje waar ik heimelijk verliefd op ben. Het zaakje is van meneer en mevrouw de Waal, ze hebben een rood logo waarvan elke vormgever spontaan migraine krijgt, een beetje zoals het oude L.A. Gear logo, kent u die schoenen nog, met die lampjes in de hak! De voerkleuren zijn rode of zwarte letters op een achtergrond van vaalwit, bleekroze en doflichtblauw. Het is een kale ruimte opgetrokken uit wit triplex, witte tegels en glasplaat waarin overal kieren zitten.
In de vitrine liggen geen taartjes op luxegoederen, maar gewoon bolletjes hard en zacht in strenge rijen. De uitstalkast voor de luxer patisserie is volgestouwd met blikjes. Geen gelul.
Maar de service is nergens beter. Eerlijk, geen gezeik en met een gulle lach!
Ik vraag om een hard broodje ossenworst met mosterd. Ook de prijzen zijn nog normaal. Alles hangt opgeplakt op de tegels, in geprinte schuin afgeknipte strookjes vol vette vingervlekken. Broodje ei 1,50, broodje filet americain 2 euro, broodje tonijnsalade, broodje bal. Dat werk.
Ik zit aan een van de twee wrakke tafeltjes, gesierd met armetierige fopbloemetjes. Aan de andere tafel zitten een man en een vrouw. Hij draagt een duur pak en dito klokje. Zij ziet eruit alsof er al het nodige aan haar verbouwd is, maar ze zit goed in de verf en het plamuur dus dat valt niemand op denkt ze. Ze bestellen niets en blijven er zitten. Verder staat de winkel vol met al dan niet louche mannen en verder bevolking uit alle lagen die er maar in een bevolking te verkrijgen zijn. Maar de broodjes zijn dan ook nergens zo knapperig als hier. Je kan over de belegde broodjescounter, waar het ter plekke voor je gesneden en gesmeerd word in de bakkerij kijken.
Zijn buurman keurslager J.v. Zadelhof heeft pesterig een banier over de stoep gespannen met: ‘Hier de lekkerste belegde broodjes’. Maar iedereen weet dat hij het misheeft. Protserig staat er een enorme griloven buiten waarin kippen aan het spit kunnen draaien, maar hij is leeg. Net goed! De glimmende zaak is ook goeddeels leeg. Twee meisjes staan, met steriele kapjes over hun haar, hun nagels bij te vijlen. Bij bakkerij de Waal is het ondertussen een gezelligheid en een drukte van belang. Mevrouw de Waal ziet eruit als de betere Mien Dobbelstenen. Heur haar draagt ze in dikke vlokken opgetorend op haar schedel, het is verbleekt zoals het hoort. Daaronder een gelooid perkamenten gezicht, dat van de hoed en de rand weet en om de seconde plooit in een vette lach. De geinigheden vliegen je hier in plat Amsterdams om je oren. Ik, een kleinburgerlijk boertje uit de provincie met heimwee naar de grote stad, zit hier mijn hart op te halen.
Buiten schijnt de zon, blikkerend in het licht ligt tandtechniek Deutima aan de overkant, slim bekeken! Iets verderop daarnaast ligt op de hoek Cafe Biljart Terras Hermes. Zo’n echte ouderwetse Amsterdamse kroeg. Het terras staat buiten, aan de schermen en op de tafels echte bloemen. Bevolkt door een groepje oudere mannen met knevels en leren jekkies die maar alvast aan het bier zijn gegaan en een sjekkie roken. Ik groet en stap de straat op. Ik glip nog even langs de Cuyp voor wat fruit, de zon schijnt. Wat wil een mens nog meer!