Cor
Af en toe wordt het de kuif droef te moede beste lezer. Mijn kenmerkende haardos is er pardoes van gaan hangen en kwam pas na veel gedoe weer omhoog. het probleem is eigenlijk dat er geen probleem is, dat alles ‘op rolletjes loopt’ en daar kan een mens behoorlijk zenuwachtig van worden.
Neem nu het volgende: Ik ben de vijfentwintig gepaseerd, en alhoewel dat een leeftijd is die je nog steeds belachelijk jong kunt noemen, is het ook geen leeftijd meer waarbij je er maar op los kunt leven zonder jezelf tenminste een beetje voor de gek te houden.
De echte onbezorgdheid is er vanaf. Je moet een baan gaan zoeken, of je kunt je er juist niet toe zetten een eindeloze studie af te ronden (in mijn geval een reeks studies, maar gevoelsmatig absoluut even eindeloos). Je krijgt een relatie met een partner die dieper gaat dan wat vozen na het uitgaan, daar kan je dan ook weer niet zomaar vanaf. Je moet naar een baan en verdwijnt als dertien uit een dozijn achter een anonieme computer. En dat terwijl je een carriere als oorlogsverslaggever en directeur van het rijksmuseum wilde combineren. Je brein raast verder en denkt aan al dan niet te krijgen kroost, de kredietcrisis, een hypotheek die bij voorbaat onbetaalbaar is. Met deze huizenprijzen moet je straks wel in Aalst gaan wonen, met een kleine op komst. Een afschuwelijk vooruitzicht!
Hoe walgelijk volwassen we werden werd me allemaal schokkend duidelijk op een beschaafd bankfeestje van een goede vriend afgelopen weekend. Serieus waren de gezichten. Over werk gingen de gesprekken. Slechts hier en daar werd gelachen, waarbij de serieus in gesprek zijnden verstoord opkeken. De feestjes van weleer waren barroke bachanalen waarbij iemands studentenkamer verbouwd werd met behulp van een handvol kratten bier, goedkope wijn en wodka en ander verderfelijk zoet spul met veel alcohol. Als kado werdt een enorme ludieke joint aangeboden of een dildo of een stripster. Het leven kon niet op en alles was waanzinnig grappig! Nu kreeg mijn vriend plechtig een pakje aangeboden dat een spel rummikub bleek te bevatten. Rummikub!!!! En dan ook nog de getallenversie, reiseditie. Hoe ontroerend het ook was, om vrienden elkaar met zo veel plezier kadootjes te zien geven, hoe gezellig het feestje ook was ( en dat was het) ik moest toch even slikken.
Laatst kreeg ik een brief van de gemeente gezondheidsdienst. Of ik wilde meedoen aan een Chlamydia test. Alleen al bang gemaakt door het idee vulde ik braaf mijn hoogstpersoonlijke code in op de website en bestelde een Chlamydia-onderzoek-doe-het-zelf pakket. Bij de gedachte aan enge wattenstaven die ik in mijn kleinde dichtertje moest proppen brak het zweet me al uit, maar ik kon nu niet meer terug.
In een witte, blanco envelop die te dik was voor de brievenbus arriveerde mijn doe het zelf pakket bij de portier. Hij overhandigde het mij met een scheve grijns en pretoogjes, want iedereen weet natuurlijk wat er normaal in discrete blanco enveloppen verstuurd wordt! Met het pakket onder mijn kleren glipte ik de lift in. Eenmaal in de beslotenheid van mijn kamer, bleek dat ik in een bekkertje moest pissen, dit met een lange plastic pipet in een buisje moest druppelen, en dit buisje moest ik in een afgesloten plastic zak, in een soort rubber envelop met allemaal enge tekens en symbolen terugsturen. Ik had het gevoel dat ik radioactief afval in de brievenbus liet glijden. Met een doffe bonk kwam mijn specimen tot rust in de verder nagenoeg lege brievenbus. En daar staande voelde ik ineens een diepe crisis van verantwoordelijkheid opkomen. Als een plotselinge onweersbui op een hete dag. Je ziet de lucht wel donkerder en donkerder worden, maar toch denk je dat je wel op het strand kan blijven zitten. Het echte leven viel als een natte, koude handdoek over mij heen.
Bij het postkantoor naast de brievenbus om de hoek moest ik ook nog even binnen zijn nu ik er toch was, en daar trof ik Cor. En opeens was ik stikjaloers op Cor. Ik wist dat hij Cor heette omdat een collega hem snerpend riep, Cor liet zich maar moeilijk vinden zo bleek. Pas na het hele postkantoor bij elkaar gegild te hebben kwam Cor, een doodgewone man van in de veertig, met een schuldige blik in zijn ogen aandrentelen van tussen de poststukken in het achterkamertje.
Meteen bij het eerste contact met de klant, Cor bediende een vrouw naast mij, schakelde hij over op de minzame, arrogante blik die lage ambtenaren eigen is. Alsof ze willen zeggen: dit is mijn terrein, hier ben ik de soeverein. Cor heerste als een vanzelfsprekende strenge maar rechtvaardige vorst over zijn domein: het kleine postkantoor in de Terborgstraat in Amsterdam-Zuid. Ik dacht dat wil ik ook, die heerlijke, eerlijke kleingeestelijkheid. Dat kleine domein. Weg met academische studie en toekomstvisies! Weg met statusangst en hypotheekhypochondrie! Weg met grote dromen over verheven schrijverschap! Door de plee met dat romanidee! Ik wilde net als Cor, gewoon simpel mijn hele leven in het postkantoor slijten. Keizer van mijn eigen kleine rijk. Geen gedoe dan doe je al gek genoeg. Die blauwe stropdas past ons allemaal.
Helaas, had ik geen rekening gehouden met de weerbarstigheid van de wereld, ik bedoel je kan wel allemaal dingen mooi bedenken, maar het leven gaat toch zijn eigen weg. Toen ik eenmaal weer buitenstond, en Amsterdam om me heen zag, dankte ik alles en niets op mijn blote kniëen dat ik Cor niet was en hopelijk ook niet zou gaan worden, maar dat ligt gelukkig nog steeds in de toekomst.