Dagen lang.
|
|
De bel was uit, de gordijnen dicht. Al dagen lang, waarom dat was, dat wist ik niet. Ik leefde in het duister s”nachts, en overdag bewoog ik in het schemerlicht. Met een boek over ziek en dood en de geur van vochtig Russisch land, bevond de wereld zich nog slechts, tussen mijn muren en gordijnen. En veel later, als er later was zou ik alleen en onopgemerkt, ongezien, zonder jou, verdwijnen. |
|