De kleine wereld
Binnen de huid van Voskuil is een raar boek. Het beschrijft de gebeurtenissen in zijn leven tussen 1954 en 1956. Voskuil, opnieuw met Maarten Koning als huid, is net afgestudeerd en weet wel dat hij ‘onmaatschappelijk’ wil zijn maar niet hoe je dat bent. Hoe je het volhoudt. Een mens moet ook eten en Parijs is een boze, griezelige, verre stad als je er niemand kent en zelf voor jezelf moet zorgen. De heilige Henriëtte deed het maar Henriëtte is niet voor niets heilig. Daar kom je niet aan, hooguit in de buurt, in de schaduw, in de hoop op een goedkeurende blik, een woord dat een goedig raadsel is.
In 1954 is hij 28 jaar. De vriendenkring van Bij nader inzien is uit elkaar gevallen. Over zijn nog Henriëtte, Paul en Rosalie en natuurlijk de vrouw van Maarten, Nicolien. Maarten schrijft in de ik-vorm. Dat is nieuw, maar het is meer een nieuwtje dan nieuws. Voor de lezer dan, voor hemzelf zal het anders zijn. In de roman worden we geconfronteerd met de breuk tussen Henriëtte en Paul, want Paul heeft een baan en een baan kan niet. Vindt Henriëtte die per slot door Paul op de gedachte is gebracht van wat nu op haar bestaan in Parijs is uitgelopen . Maarten vindt dat ook, van die baan, maar ook weer niet, of soms wel en soms niet. Henriëtte doet vertaalwerk, schuift daar Maarten wat van toe. Geen baan, wel een inkomen. Je moet rechtlijnig zijn maar het is lastig de rechte lijn te vinden, de rechte lijn aan te houden, de rechte lijn te kiezen als er verschillende rechte lijnen zijn.
Maarten en Nicolien zien Paul en Rosalie verbazend vaak in die dagen. Er wordt wat afgereisd tussen Amsterdam en Deventer, waar Paul een baan heeft als leraar, Rosalie van een dochter bevalt, en ze hun intrek heb genomen in een flat. Burgerlijk. Aangepast. Maatschappelijk. Ze zien elkaar zo vaak dat gebeurt wat voorspelbaar kon gebeuren. Maarten krijgt wat met Rosalie en Paul van de weeromstuit wat met Nicolien. Of omgekeerd want ze stonden erbij en keken ernaar en je moet wat. Herkenbaar. Wie niet. Angst voor het gekozen hebben, uitstel van executie in de hoop op afstel, het doorschuiven van de verantwoordelijkheid naar de ander. Wat geilheid, maar met mate en meer uit frustratie dan uit toegeven. Lukt dus niet, als het een keer mag omdat het moet. Vindt Maarten. Je moet consequent zijn. Ach ja.
Maarten denkt zoveel na dat hij aan denken niet toekomt. Dat is het vervelende want Maarten heeft geen enkele greep op z’n eigen situatie en denkt dat dat aan hemzelf ligt. Zo graag een man uit één stuk willen zijn, het is kinderlijk, het is geloven dat consequentie een ander woord voor consistentie is, het is duiken. Maarten duikt en dan zie je niet veel. Hij ziet ook niks want hij herkent niets. Af en toe staat hij verbaasd, want anderen – Nicolien met name – zien wel wat. Maarten gelooft dat het geen kwestie van zien is maar van karakter.
Enzovoorts, enzovoorts. Een kleine wereld die niet groter mag worden en daarom alleen nog kleiner kan worden. En wordt.
Tik op Google ‘de kleine wereld in’ en je krijgt een groot aantal adressen van peuterspeelzalen en basisscholen. Die tijd komt nooit meer terug.
21 april