De staking is opgeheven

 

Ooit legde Rudi Fuchs geduldig uit dat wat wij een ‘Hollandse lucht’ noemen geen Hollandse lucht is maar het beeld dat we ervan meedragen. Het succes van schilders uit de gouden eeuw, braaf aan de man gebracht door ansichtkaarten. We lezen de lucht aan de hand van een beeld van de lucht.

 

Niet alleen de lucht overigens. We lezen vrijwel alles via door media verspreide en steeds meer onontkoombare beelden. Je wou je er aan onttrekken? Dan moet je wel heel erg je best doen. De aanslag op de Twin Towers kennen we omdat CNN het beeld ervan heeft bepaald, een beeld dat we allemaal hebben gezien en overgenomen. Terreur is het beeld van terreur. Vergelijk het met de Chinese student die in juni 1989 een tank uitdaagde. Dat is het beeld en dat beeld bepaalt de beleving ervan, het opwekken van sympathie, het ophalen van je schouders, wat dan ook. Zelfs al lees je later een verslag van de studentenrevolte in China (voorbeeldig: Bejing Coma, van Ma Jian. Een verbijsterende roman. Om de herinnering te redden aan wat gebeurde, om de revolte te ‘plaatsen’ en de studenten een plek te geven in de geschiedenis van hun ouders en hun verraden en vermoorde ouders een plek in de hunne, om het onbeschrijfelijke te beschrijven, om het beeld het alleenrecht te ontnemen), zelfs dan raak je het beeld niet kwijt. Ook toen keken wij naar CNN, ‘om te weten wat gebeurde’. Ook de revolterende studenten keken naar CNN, wachtten op CNN.  Ze wisten dat gebeurtenissen en de beelden van gebeurtenissen samenvielen. Zelfs het onderscheid is weg; het beeld vervangt de gebeurtenis.

 

Onze realiteit is de realiteit van de massamedia. Luhmann schreef het, Baudrillard dreef het tot het uiterste. De Golfoorlog is nooit gebeurd bijvoorbeeld. Allicht, het was de officiële geboorte van het beeld van de oorlog dat de oorlog verving. Voor ons. Voor de soldaten en hun officieren. Embedded journalism heet het nu. Het is het beeld van de wereld dat de wereld heeft vervangen, de orde van het simulacrum waardoor de vraag naar waarheid en leugen overbodig geworden is. Elk beeld is even waar en dus is de waarheid betekenisloos. Is het gebeurd? Kijk dan toch! It’s the image, stupid.

 

Als gevolg daarvan waren de gebeurtenissen ‘in staking’, schrijft Baudrillard in navolging van de Argentijnse auteur Macedonio Fernandez. – zo’n zeventig jaar na dato. De staking is opgeheven. 11 september 2001 is wel degelijk een gebeurtenis. Het is zelfs de moeder van alle gebeurtenissen, het is de gebeurtenis an sich, de gebeurtenis die alle niet-gebeurde gebeurtenissen compenseert. En nog vele woorden van gelijke strekking, alle opgetekend in het essay over ‘de geest van het terrorisme’, een essay dat Baudrillard een maand na de aanslag schreef. Het is een raar essay. De strekking is dat de terreurdaad een onvermijdelijk gevolg is van een macht die te groot is geworden, van een wereld waarin alles geruild kan worden en wordt en die daarom bijna opgelucht ademhaalt als de ruil even wordt geblokkeerd, zelfs als het op deze manier gebeurt, en die in die opluchting ook een beetje medeplichtig is geworden aan de aanslag. Het gevolg ook van de globalisering die zichzelf is tegengekomen. Van die dingen. Het ene woord roept het andere op. Soms zijn die woorden ook nog interessant. Zo stelt Baudrillard dat de terroristen het minder op ons leven hebben voorzien dan op onze vernedering; en om ons te vernederen heb je ons nodig, heb je ons in leven nodig en niet als een onpersoonlijke serie lijken. Het is een uitdaging en (voor?) een duel (vgl. Baudrillard, The Spirit of Terrorism. London, Verso 2003: 25) met ieders leven als inzet en wie die inzet niet wil leveren is kandidaat voor vernedering.

 

Het verontrustende aan het essay van Buadrillard is dat in zijn optiek het terrorisme geen product of gevolg is van wat anders, of dat nu de crisis in de Arabische cultuur is, de Amerikaanse hegemonie of wat dan ook. Het is geen gevolg, het is deel van. Groeit het een dan groeit het ander. Je kunt ze niet tot elkaar reduceren en tegelijk zijn ze onontwarbaar met elkaar verstrengeld (o.c: 13). Grote woorden, woorden die aan elke analyse en beschrijving vooraf lijken te gaan en daarom oproepen tot stellingname. Maar desondanks, zo moet je het essay van Baudrillard lezen. Het terrorisme is geen product, het is een ‘geest’ waarmee we allen besmet zijn, of we willen of niet. Het is een stellingname, geen ‘gevoel’. Stellingen bestrijd je met stellingen, niet met gevoelens. De vraag is, waarmee bestrijd je vernedering?

 

Het voor de hand liggende antwoord is: eer, herstel van eer, een ‘cultuur’ van eer. Niet met culturen van angst of hoop, de twee gevoelsculturen waarmee Dominique Moïsi (De geopolitiek van emotie. Amsterdam, Nieuw Amsterdam 2009) de cultuur van vernedering completeert. Volgens Moïsi (: 129) hoort Baudrillard bij de mensen die het ‘gevoelen’ dat de Amerikanen hun trekken eindelijk eens thuis hebben gekregen wel konden billijken. Een oppervlakkige beoordeling in een toch al veel te oppervlakkig boek waarin alle ‘emoties’ vertalingen zijn van ‘vertrouwen’, of van het gebrek eraan. Vertalingen: gevolgen, producten, effecten. Zorg dat het vertrouwen terugkomt en de vernedering zal smelten als sneeuw voor de zon. Zorg dat de angst (de cultuur in Europa en ook in de VS – tot aan Obama, misschien) verdwijnt en doe dat door de ander open tegemoet te treden. Want vertrouwen is hoop en hoop geeft vertrouwen, inclusief het vertrouwen dat je macht moet durven afstaan om invloed te verwerven (: 230). Gek, dat vertrouwen ook beschaamd wordt, dat het beschamend is dat de schaamte meestal bij de ander belandt, dat schaamte vernederend is, dat de vernedering de droom, de wens, soms de wil tot eerherstel voedt, dat eerherstel een niet-inwisselbare voorwaarde is voor welk ander herstel dan ook – het ontbreekt bij Moïsi. Zijn algemene equivalent heet vertrouwen (:21), met angst als de ‘afwezigheid’ ervan, hoop als de ‘uiting’ ervan en vernedering als de ‘kwetsing’ ervan. Gekwetst? Nou, compenseer me en we hebben het nergens meer over. Alleen, het gaat niet om gekwetst, het gaat om beschaamd vertrouwen. Het gaat niet om compensatie, het gaat om eer en eerherstel. Dat gevoel van vernedering, van beschaamd vertrouwen met een trap na, de schaamte die de dader niet en het slachtoffer wel heeft, dat gevoel kennen vrijwel alle mensen; en het is die gemeenschappelijkheid die de immorele, stilzwijgende, ongevraagde en verzwegen medeplichtigheid schept die Moïsi  ontkent en aan Baudrillard verwijt.

 

Baudrillard heeft het over ons allemaal, Moïsi heeft het meestal over de anderen. De gebeurtenis die de moeder van alle gebeurtenissen is, is de gebeurtenis die van ons allen weer – tijdelijk maar toch – medeplichtigen heeft gemaakt. Wat je daar ook van vindt, er zit iets van troost in, in die paradoxale constatering van medeplichtigheid. Het is exact de paradox in de positie van Baudrillard die Moïsi heeft gemist en heeft vervangen door een flauwe beschuldiging. Met de culturen van Moïsi is de staking der gebeurtenissen weer helemaal terug.

 

13 augustus