De zee

 

Ik lag in het zand.

Ik zag de zee.

En keek naar de kinderen,

zag hun zandkasteel

 

Plotseling stond je achter me,

Maar je keek niet naar mij.

Je keek in de verte,

Zoals altijd mij ver voorbij

 

Je was altijd zo dichtbij.

Maar toch altijd zo ver weg.

Je geest zweefde in vrijheid.

Maar nooit samen weg met mij.

 

Ik zie nog de kinderen

hoe ze holde naar het water.

Schelpen en zand in hun hand.

Water in hun emmer de zon in hun gezicht.

 

Maar in jou gezicht hing een wolk.

Mijn hemel trok dicht.

Jij bleef, zoals altijd,

aan jou eigen de kant.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De Zee