De elektrische stoel (deel 2)
In de tijd dat ik nog swingend over straat liep en in de verte over de stoep
een scootmobiel aan zag komen stuntelen, mompelde ik geregeld binnensmonds:
daar heb je de terreur. Menigmaal ben ik tegen m'n schenen of m'n kuiten gereden
of zag ik in de supermarkt een stelling ineenstorten als er weer eens een ongecoördineerde
invalide achteruit reed, inplaats van vooruit. Dit onvergetelijke schouwspel
heb ik ooit mogen meemaken bij de Blokker, dwars door de glasvitrine reed de
oude man.
Wat mij vooral zo ergert is de mentaliteit van onze gebrekkige medemens. Je
op de stoep tegemoetkomend, hebben ze het idee dat ze op alles en iedereen voorrang
hebben. Zich overal doorheen persen en je de pas afsnijden is een vaak voorkomend
euvel.
Toen ik dus het genoegen mocht smaken om zelf in de elektrische stoel te rijden,
was mij een ding duidelijk: ik zou het goede voorbeeld geven en zodoende het
imago van de invalide en bejaarde opvijzelen!
Ik rij niet graag als een slak over de stoep. Soms kan ik het niet vermijden.
Zoals iedereen bekend is, staan de troittoirs van Amsterdam stampvol met her
en der geparkeerde en onderuitgevallen fietsen, soms rijen dik. Of er staat
weer een vrachtwagen te laden en te lossen. Of er moet weer zonodig een huis
gezandstraald worden met als gevolg een steiger tot bijna bij de goot. Op zo'n
moment van smalle doorgang zie je de wrevel reeds in de ogen van de tegemoetkomende
wandelaar en kun je zijn gedachte lezen: weer zo'n stumper die moet voordringen.
Als ik dan stop en pontificaal een uitnodigend elegant gebaar van gaat uw gang
maak, zie je zowaar een glimlach verschijnen.
Zoals ik al in deel 1 aangaf, scheur ik graag langs 's-heren wegen. Van verre
overzie ik de straat en zo mogelijk geef ik vol gas.
Laatst zag ik een invalide-medemens gehavend en bekneld in de bosjes liggen,
haar kar met een wiel in de lucht. 'Ben gekanteld en gevallen', kon ze tussen
twee astma-aanvallen uitbrengen. Algauw kwamen een paar vriendelijke potige
mannen aanlopen om de vrouw uit haar benarde positie te bevrijden. Op dat moment
ontstond bij mij het alleraardigste idee om mijn rijkunsten te vertonen, mijn
misdeelde naasten hier en daar wat aanwijzigingen te geven en ze te vertellen
wat ze vooral niét moesten doen. Ik meldde mij aan als vrijwilliger bij
allerlei hulpinstanties en menigeen zou het in beraad nemen en in de groep gooien.
De grote dag was aangebroken. Het experiment zou plaatsvinden en we verzamelden
ons bij een buurthuis.
In een praatje vooraf vertelde ik dat je nooit ineens het gas moet loslaten
omdat je dan onmiddellijk een achterligger in je nek krijgt. Te langzaam rijden
op een fietspad is ook geen goed idee want voor je het weet, rij je in file
met jou als koprijder. Ik hoef niet uit te leggen dat dit irritatie en frustratie
oplevert voor diegenen die haast hebben achter jou. Dan is het terugnemen van
gas voor de bocht en geven erin een nieuwtje voor iemand die nooit z'n rijbewijs
heeft gehaald. Dat je met je gewicht moet spelen in zo'n bocht, hadden ze helemaal
nog nooit gehoord. Van diversen vernam ik dat ze slagzij hadden gemaakt.
Daarna kwam het praktische gedeelte. We hadden een plein uitgezocht met enige
obstakels, een hellinkje en een paar bomen. Ik zou ze laten zien hoe je kunt
slalommen. Na m'n rondje gemaakt te hebben zag ik wat witte en groene gezichten.
Na zich vermand te hebben, piepend: dat durven wij niet, reden ze in optocht
dapper achter me aan. Ik hield me in. Alle obstakels waren genomen en men waande
zich een hele Piet. In de volgende ronde moedigde ik meneer van Dalen aan alleen
een rondje te maken. Mijn waarschuwende: "rustig aan hoor", mocht
niet baten. Overmoedig reed hij vol gas weg en door de bocht. Het lichaam zwenkte
precies naar die kant waar het niet zijn moest, alle drie de wielen van de vloer
en de kar op z'n kant. Meneer van Dalen werd met lichte schaafwonden onder de
kar vandaan getrokken. Geschrokken en bleek werd de oude baas afgevoerd. Daarna
heb ik de rest van het gezelschap verteld wat er mis was gegaan en laten zien
hoe het wél moest. Iedereen knikte heftig ja, blij dat ze weer naar binnen
mochten want daar stond de koffie klaar. De rijles is slechts eenmalig geweest.
Moraal van het verhaal: wil ik eens iets doen voor mijn medemens, is het weer
niet gelukt!
es van essen