geur des doods

Img_3225 Img_3224

 

Met het stijgen der jaren worden enige van mijn zintuiglijke functies wat minder. Het gehoor lijdt aan een familiaire doofheid; de middentonen kan ik slecht verstaan, een hoorapparaat stel ik nog even uit maar is niet onwaarschijnlijk op korte termijn. Ook valt me op dat de leesbril niet meer los te zien is van mij. De letters worden onscherp. De gevoelswaarneming middels de tastzin is er beter op geworden. Smaak heeft zich door de jaren heen verfijnd, aangezien ik nauwkeurig en selectief proef. Mijn reuk is analoog aan een speurhond, schijnt niet te willen verouderen en het zesde zintuig, de intuïtie, heeft zich in de loop van het leven sterk ontwikkeld.
 
Die reuk kan weleens tot excessen leiden. De laatste twee dagen word ik overvallen door een smerige geur bij het betreden van de huiskamer. Naarmate de uren verstrijken wordt deze geur een stank, zo penetrant dat het niet meer mijn neus wil verlaten en de echo hiervan, ook buitenshuis, blijft hangen. Ik verdenk een dooie muis van deze lijklucht.
Al maanden lang heb ik last van muizen. Jacob de papegaai is nog zo gewaarschuwd dat hij geen huisdieren mag houden, maar tevergeefs. In de nacht- en avonduren houden ze hem graag gezelschap. Er valt altijd wel een verloren zaadje te vinden en ze lopen gewoon over zijn zitstok en klimboom. Ze voelen zich hier thuis, want schrikken doen ze niet meer. Soms schieten ze weg als ik van me laat horen maar komen twee minuten later weer terug. Ik heb een hekel aan gif of een dodelijke muizenklem, maar vang ze wel geregeld met een diervriendelijke val. De muis blijft leven en wordt achter in de tuin vrijgelaten.
Allereerst maar eens zoeken naar de stankboosdoener onder de penantkast. In de lade liggen vele muizenkeutels en aangevreten papier. Ook hier en daar wat wolletjes. Ze hebben daar duidelijk een nestje gemaakt maar verder geen muis te bekennen. Even verderop staat naast de beul van de houtkachel een als blokkendoos opgestapelde houtbult voor de komende winter.
Vanmorgen werd ik doodmoe wakker. In mijn droom heb ik de klamphout van ongeveer twee meter breed en een meter hoog lopen versjouwen op zoek naar het lijk. Verder onderzoek is noodzakelijk. Op mijn buik liggend snuffel ik centimeter voor centimeter de houtstapel af. Tot grote opluchting ruik ik slechts hout en geen lijklucht. Naast de kachel staat een rariteitenkabinet. De geur wordt allengs sterker. Ja hier zal het zijn. Ik pak mijn zaklamp en zie daar tot grote vreugd en walging een grijs monstertje liggen in staat van ontbinding. Het is opa muis, de grootste en brutaalste, door mij Japie genoemd de laatste maanden.
Hij heeft een pracht van een begraafplaats uitgezocht en ligt met zijn kop naast een verdroogd rood roosje in een met aarde opgedekte bruine bloempot, naast een kattenkop en een in Ierland gevonden schapenschedel met mijn leesbril op. Een waterpijp met slang en een dennenappel versieren het geheel.
 
Japie, toen je je laatste uur voelde aankomen, heb je je afgezonderd. Een mysterieuze plek heb je uitgezocht om te sterven. Je bent een huismuis naar mijn hart.
 
es van essen