De maanloze nacht
sonnet

Ik hoorde je naam, midden in de maanloze nacht.
Je was weggegaan zonder woorden te verspillen.
Het waarom was het enige nog waaraan ik dacht.
Dat je terug kwam dat was wat ik wilde.

Ik besprak mijn leed met vrienden en vriendinnen.
Mijn hart klopte nog wat onregelmatig in mijn borst.
Ik leefde, maar waarom kon ik niet verzinnen.
Verdoofd liep ik rond, er werd niets meer opgelost.

Nu hoorde ik dan midden in de nacht je naam.
Het was mijn eigen stem geweest, die slapend sprak.
Vele uren staarde ik weer klaarwakker uit het raam,
wachtend totdat de zon de nacht weer open brak.

Maar deze dag zou ook niets nieuws meer schenken,
ik zal weer de hele dag aan niets anders denken

 

2 oktober 2009