De
mobiele mens
Een grote ergernis van deze tijd is het mobieltje. Hier is het eerste en laatste
woord nog niet over gezegd. Ook mijn behoefte is groot om er mijn zegen aan
te geven, gezien de ervaring van vandaag. Aangezien ik niet wens uitgemaakt
te worden voor iemand die niet met haar tijd meegaat, verplaats ook
ik mij mobiel door het leven. Volledige aanpassing ligt namelijk in mijn aard!
Even los van het veel gehoorde verplichte meeluisteren op terrassen en in cafés,
treinen, trams en noem maar op openbare ruimten, ligt mijn grootste ergernis
op straat en op het fietspad. Opgewekt en nietsvermoedend toer ik door de stad.
Uit het niets komt een fietser mij spookrijdend met verdwaasde kop en blik op
oneindig tegemoet met aan zijn oor het o zo vermaledijde mobieltje. Ik word
min of meer gedwongen het hazenpad te kiezen en het trottoir op te stuiteren
rakelings langs een paar voetgangers. Dat scheelde maar een haartje dame, hoor
ik een geschrokken oude man zeggen, heeft u soms te diep in het glaasje gekeken.
Ik krijg de neiging om lik op stuk te geven met een: zal ik even blazen meneer,
maar de ouwe kijkt mij zo meewarig aan dat ik mijn woorden inslik en mompel
in vervolg beter uit te kijken. Nog geen kwartier later word ik geconfronteerd
met een hard kakelende meid die het presteert om de volgende tien minuten achter
me te blijven hangen. Ieder stoplicht staat op rood. Ik wacht, zij wacht. Ik
rij, zij rijdt. Als ik sneller ga, doet zij dat ook. Neem ik gas terug, volgt
ze me op de voet. Zelfs een zijstraat afslaan heeft geen zin, zij heeft kennelijk
dezelfde route in gedachte. Haar inmiddels zeurende stem, nu klagend over haar
voorbije liefdesaffaire, kan ik wel wat aandoen. Fantasieën dringen zich
aan me op. Hoe zou ze kunnen stikken in een graatje of haar keelgat verbranden
aan een lepel hete soep. Hoe snoer je in godsnaam iemand de mond. Er staat mij
maar een ding te doen, aan de kant gaan met m'n vervoermiddel. Ter plekke realiseer
ik me dat ik dat beter tien minuten eerder had kunnen doen.
Van Essen