| De regenboog | |
| Alsof hij met potlood was getekend stond de regenboog, aan de overkant van de blauwe baai, fel gekleurd aan de donkere hemel. Hij verdween in een dal tussen de bergen, ver weg van de plek waar wij lagen en waar wij van de regen niets merkten. Daar moet de pot met goud staan, zei jij, daar zou je het geluk moeten zoeken. Maar ik zag daar geen enkele reden toe. Ik lag te lekker in de zon en het warme zand en het geluk lag onder handbereik vlak naast me. Frejus 16-09-2010 |
|
| Ronald Offerman | 20 september 2010 | |