De vrienden |
|
Waar zijn ze gebleven, de vrienden die ik had. De straatschoffies waar ik mijn jeugd mee deelde. Wie zijn er dood en wie zijn er nog in leven. Als ik het slachtveld van de jaren overzie, met de doden en gewonden, dan zijn we van ver gekomen. Wij leven nog, al zijn we, hier en daar geschonden. |
|