DRAAK
Van Ian McEwan had ik wel eens iets gelezen, in het recente verleden, zonder dat het echt mocht beklijven. Het was wel aardig en zo maar ook een beetje aan de oppervlakte. Alsof de man meent dat relevantie iets actueels is, iets dat met de conjunctuur (politiek, maatschappelijk: ik denk aan Zwarte Honden, over de val van de Muur) te maken heeft. Deze vakantie las ik van hem zijn Amsterdam. En ja hoor, hij kan het niet laten. Ik heb besloten om in de toekomst geen McEwan meer te lezen. De tijd is schaars, zelfs met het pensioen in aantocht (het tekort neemt af als je regisseur van je eigen tijd mag spelen , de schaarste neemt toe als je weet dat je de regie krijgt omdat er niet zo heel veel tijd meer blijft). Dan moet een mens beslissingen nemen.
Ik bedoel, een roman moet geen andere blik op de actualiteit bieden maar een andere bik op de realiteit. Daarom is de schrijver ook nodig in een roman, zoals een journalist onnodig in het nieuws, en daarom is een roman nooit een kroniek alleen. Zoals Hermans het zo mooi zegt in zijn lezing over ‘de eerste zin’: elk boek begint in feite met ‘er was eens’ (Volledige Werken, deel 14: 136). Zo is het en niet anders. Heeft een roman dat niet in de aanbieding dan is het vergeefse moeite.
De kapstok deze keer is de euthanasie. Daarvoor moet je natuurlijk in Nederland zijn, daar is het aanvragen en laten verrichten van euthanasie een fluitje van een cent. Niet in heel Nederland misschien maar wel in die vrijplaats der vrijplaatsen, Amsterdam. Zo bevestig je de actualiteit van je vooroordeel en je hebt tegelijkertijd de titel voor je boek. Ja, die Hermans zat er zo ver nog niet naast met zijn suggestie dat je als eerste zin van je boek natuurlijk ook de titel kunt nemen.
Euthanasie dus. Wat is het geval? Er is iemand overleden. Dat is het geval en ze is niet op een mooie manier overleden. Het is snel gegaan, na een tinteling in een arm die niet meer wegging, het verlies van de ene functie na de andere in het vervolg en uiteindelijk het verdwijnen van elk besef, als was ze een dier (McEwan houdt ook al niet van Wittgenstein, dat blijkt maar weer). Twee vrienden betreuren haar, met het nodige – bijna wellustige – afgrijzen en waarom ook niet: de heren hadden allebei een tamelijk wellustige relatie met Molly onderhouden en daar neem je niet zomaar afscheid van, zelfs niet als je afscheid van Molly neemt. De ene vriend is inmiddels een succesvol componist, de ander leidt een krant. Dat speelt een rol. Ze zijn niet de enige vrienden. Er is ook nog een conservatieve staatssecretaris waar ze allebei een gezonde hekel aan hebben en die bovendien wel eens een gooi zou kunnen doen naar het partijleiderschap en dus het premierschap. Ze moeten er niet aan denken. Ook dat speelt een rol. En dan is er de echtgenoot van Molly, die behalve zeer rijk ook zeer vervelend is en waar niemand enige sympathie voor heeft. Gecondoleerd, zeg je dan, en je doet alsof je het meent. Daarmee hebben we de hoofdrollen gehad.
Onze componist is bezig met een groots opdrachtwerk. Het zal hem nog beroemder maken en hem, wie weet, op het erkenningsniveau brengen van één der invloedrijkste componisten van de eeuw. De grootste onder de groten misschien? Het lukt niet altijd even goed met de opdracht. De tijd begint te dringen en daarom besluit hij wat te gaan bergwandelen. Dat werkte vroeger ook al om de inspiratie te vinden, dus mag het nu weer verwacht worden. Er knaagt echter nog iets. Hij belt zijn vriend, de krantenman en vertelt hem dat hij een sterven en een aftakeling (ik vermoed het laatste meer dan het eerste, als je dat al kunt scheiden) zoals van Molly niet aan zichzelf wil laten gebeuren. Het lijkt wel esthetiek – er zijn overigens slechtere motieven. Zou vriend krantenman hem, hoewel het verboden is in Engeland, hem in zo’n geval niet aan een waardig einde willen helpen? Daar zit vriend krantenman een beetje mee in z’n maag, met dat verzoek. Hij moet er over nadenken (het mondt voorspelbaar uit in een ja, maar dan op voorwaarde dat vriend componist vriend krantenman dezelfde laatste eer wil bewijzen. In voorkomende gevallen natuurlijk). De componist kan de bergen in.
De krantenman heeft na dit onderhoud nog een afspraak. Dit keer met de echtgenoot en die heeft een bijzondere boodschap. Foto’s. Foto’s van de staatssecretaris in een wel zeer compromitterende pose. De man houdt van vrouwenkleding, van lippenstift, ach, van die dingen. De foto’s zijn door Molly gemaakt en de echtgenoot, die toch eens wou opruimen, vond ze tussen haar spullen. Politieke springstof en omdat de echtgenoot enige belangen heeft in het krantenbedrijf van vriend krantenman kunnen ze elkaar helpen door de staatssecretaris een loer te draaien – elk om hem moverende redenen, dat zal nog blijken.
De componist vindt het maar niks, het publiceren van de foto’s en hij laat dat de krantenvriend weten ook. Foto’s van Molly nota bene, is er dan geen privacy meer, geen elementair fatsoen, hoe verwerpelijk de staatssecretaris ook is? De krantenman neemt hem dat niet in dank af en zint op wraak. Heeft hij eindelijke een politiek scoop van heb-ik-jou-daar en dan dit. Beide vrienden denken plotseling wat minder vriendelijk en vriendschappelijk over elkaar. Was het ooit wel vriendschap, echte vriendschap? De componist herinnert zich plotseling wel meer dingen die beter hadden gekund, en de krantenman heeft het toch al moeilijk. Er zijn meer mensen die twijfelen aan het nut en de toelaatbaarheid van de foto-actie. Nee, dit muisje krijgt een staartje.
Nu, daar helpt het lot de krantenman een handje, want, o wonder, Engeland wordt al een tijdje lastiggevallen door een seriemoordenaar die het op stille plekken op niets vermoedende dames heeft voorzien. Het toeval (maar wat is toeval nog in een roman?) wil dat de componist op zijn bergwandeling een vrouw tegenkomt die, we raden het al, wordt lastiggevallen door een man! Nee maar, maar toch, enzovoorts en we horen de componist bijna aarzelen. Dat is op zichzelf al niet mooi van hem en het wordt nog erger. Net een leuk deuntje in het hoofd, een deuntje dat genoteerd moet worden en dan dit, deze afleidende afleiding. Wat doen? De KUNST gaat voor, de muziek wordt gearresteerd, de componist rent terug naar het hotel, betaalt de rekening en gaat terug naar Londen. Helemaal af is het nog niet maar het begin is meer dan veelbelovend. Het begin van het einde dan, van de finale.
Het wordt nooit meer dan een veelbelovend begin want de krantenman telt één bij één op, concludeert dat de componist de seriemoordenaar heeft laten gaan en begaan terwijl hij had moeten ingrijpen en onze krantenman doet wat een goed burger doet in zo’n geval. De componist krijgt bezoek van de politie en dat kan hij nou net niet aan z’n hoofd hebben want hij is met KUNST bezig. Jammer voor hem en het einde van zijn compositie wordt niks en daarmee de hele compositie niet. Het lot is hem genadig: de ongenadige kritieken zullen hem niet meer bereiken want dan is hij al dood. Amsterdam, weet-je-wel. Hij weet het niet maar wij weten het wel, al lang tevoren. Amsterdam is de draak die aan dit treurige vertellinkje een einde gaat maken.
Met onze krantenman gaat het ook niet goed. Hij krijgt de publicatie van de foto’s erdoor, de eerste indruk is fantastisch, de oplage nog nooit zo groot en dan gaat er ergens wat mis en vervolgens gaat alles mis. Wat ergens mis gaat is de vrouw van de staatssecretaris, van onbesproken gedrag en zo en ook nog een heel nuttig lid van de samenleving. Zij schakelt de tv in en vertelt over haar lieve man met z’n lieve hobby van vrouwenkleren en dergelijke en hun lieve vriendin Molly die daar in alle beslotenheid van het eigen huis wel een fotootje van wou maken. Logisch, Molly maakte foto’s. Dus waar ging dit allemaal over, behalve over het doorbreken van de zoveelste fatsoengrens? Het was een mooi opgebouwd, goed voorgedragen verhaal en de impact vernietigde de impact van de publicatie van onze vriend krantenman. Het was dan ook, de componist had hem er nog op gewezen, een weinig fraaie actie om met deze foto’s, genomen in die context en dan nog met medeweten van de vrouw van de te kijk gezette staatssecretaris ook, de publiciteit te zoeken. Eerst was niet iedereen daar van overtuigd maar nu wel. En dan gaat alles mis. Het lijkt de echte wereld wel en in de echte wereld moet iemand de schuld krijgen. Vriend krantenman dus. Die wordt ontslagen (en natuurlijk kan de staatssecretaris zijn gooi naar partijleiderschap en premierschap wel vergeten maar er is een tijd en een plaats voor alles. De echte wereld, ja die wil wat). De echtgenoot van Molly ziet het allemaal gebeuren en wist nergens van. Zo vereffen je nog eens een rekening met een vrijer van je overleden vrouw.
De opvoering van het muzikale hoogtepunt in het oeuvre van de componist is in Amsterdam. In Amsterdam, waar je euthanasie op bestelling kunt laten serveren. Vriend krantenman is er ook. Een uitnodiging van een vriend laat je niet zomaar voorbijgaan, zeker niet als je met die vriend nog iets uitstaande had en je verder toch niks te doen weet. De componistenvriend was, op zijn beurt, niet geheel onbaatzuchtig in z’n uitnodigingsbeleid geweest. Vriend krantenman had hem gewoon met rust moeten laten toen de muze sprak. In plaats daarvan kreeg hij de politie op z’n dak. Ook hij heeft wat recht te zetten.
Gelukkig herinnerden beide vrienden zich hun belofte aan elkaar : als het toch niks meer was zouden ze elkaar het leven uithelpen. Je doet wat in de champagne die je elkaar als vriend natuurlijk wederzijds aanbiedt en als ze dan, de een onwetend van de ander, wat slaperig zijn worden ze door twee behulpzame personen verder geholpen.
Het is gelukkig geen dik boek geworden. Draken hoeven helemaal niet dik te zijn.
Montchanson, 19 augustus 2011