Droomvlucht

Je had gezellige mensen om je heen. De locatie was je volstrekt 
onbekend. Je wist dat je in een sfeervol kasteel stond, dat 
waarschijnlijk groot genoeg was om compleet in te verdwalen. Je voelde 
je er nu al thuis. Enthousiast holde je wat trappen af, sloeg dan weer 
links- dan weer rechtsaf. Je had verwacht vrij snel terug te zijn, 
maar had al snel geen idee meer welke kant je op moest. Dat vond je 
ook wel prima, want het gaf je de gelegenheid nieuwe kamers en 
verborgen rariteiten te ontdekken. Zoals de kast die je net geopend 
had, bijvoorbeeld. Je had er in rondgewandeld en een los paneel 
ontdekt. Je had het een en ander los getrokken en opzij geschoven en 
nu stond je bovenaan een wenteltrap.

Nieuwsgierig wandelde je omlaag, steeds verder omlaag. Opeens begon je 
je omgeving te herkennen. Je wandelde een lange hal door en bleek 
gelijk te hebben: de hal grensde aan de kleedruimte van het 
fascinerende gebouw aan de Passeerdersgracht dat je zo bekend was. Je 
kwam daar graag, maar stond nu een beetje in de weg. Er werden 
voorbereidingen getroffen voor de voorstelling, dus iedereen was druk 
in de weer met kleding, schmink en circus-attributen. Al herkende je 
hooguit een paar gezichten, de sfeer was nog precies als vroeger.

Twee seconden later moest je ineens op. Allemaal leuk en aardig, maar 
eenwielernummers zonder eenwielers kon natuurlijk niet. Om één of 
andere reden had je er geen bij de hand, maar het gordijn ging al 
open. Je improviseerde dus maar wat en schaamde je dood. Alles ging 
fout en het publiek vroeg zich zichtbaar af wat jij in de piste te 
zoeken had. Teleurgesteld in jezelf slenterde je de foyer in, totdat 
je op het perron stond.

De erg ouderwetse trein richting één van de buurlanden sprak je wel 
aan. Je zou echter niet binnen gaan zitten, maar op het achter- 
uiteinde van de laatste wagon. Je moest goed uitkijken dat je benen 
niet teveel uitstaken, maar dit zou de reis er een stuk avontuurlijker 
op maken. Bovendien stond je zo meer in contact met de buitenlucht. Je 
keek nu al uit naar alle graffiti die je onderweg zou ontdekken.

Voordat de trein goed en wel vertrokken was, vroeg je je af of de kano 
niet te klein zou zijn voor drie personen. Het was natuurlijk wel de 
bedoeling dat twee van je beste vrienden (en voormalig zeilgenoten) er 
ook in pasten. Het dorpje waarin je je bevond deed nogal Indonesisch 
aan, met overal groen en hier en daar aanlokkelijke riviertjes. Waar 
jullie ook heen zouden varen, het zou ongetwijfeld een mooie en 
fascinerende reis worden.

Wonder boven wonder bleek de kano inderdaad groot genoeg, en binnen 
een paar seconden waren jullie al ver weg van de veilige oever. Je 
sloot even je ogen, om dit byzonder bevrijdende moment goed tot je 
door te laten dringen. Toen je ze opende was je weer thuis (alhoewel 
dit meer leek op een geromantiseerde versie van het huis waarin je 23 
jaar gewoond had). Dat was trouwens maar goed ook, want je was maar 
wat moe geworden van al het reizen. Je had uiteindelijk tot zes uur 's 
ochtends doorgehaald en hoorde de vogels al voorzichtig fluiten.

Slaapdronken strompelde je je bed te gemoet. Hoog tijd om tot in de 
late namiddag bij te komen van alle nieuwe indrukken. Maar het bed 
bleek al bezet te zijn. Een ongetwijfeld beeldschone dame lag diep in 
slaap verzonken onder de dekens. Haar lange rode golvende haar had je 
precies verteld wat je wilde weten. Je had haar nader kunnen 
bestuderen, maar het was onnodig geweest. Je voelde hoe ze je maag 
onbewust kietelde; houden van haar was onontkombaar.
Daarbij paste ze ook nog eens prima bij de zachte vioolmuziek, die 
overigens maar half aanwezig leek.

Je zou haar beschermen, zeker nu ze sliep. Ze voelde zich duidelijk 
veilig binnen jouw domein, en dat vertrouwen zou je nooit willen 
schaden. Het was misschien onlogisch dat ze hier was aangespoeld, maar 
wat zich precies had afgespeeld was totaal irrelevant. Nu ze hier was 
zou je haar beschermen, over haar waken. Ondertussen had je de melodie 
herkend, een vioolorkest speelde een geslaagde versie van "Riders on 
the storm". Een prima nummer om rustig bij wakker te worden. 
Waarschijnlijk zou dat binnen tien minuten ook wel gebeuren, maar je 
zou haar de tijd geven die ze nodig had.

Alle slaap was plots uit je weggetrokken. Opgewekt liep je de hal 
door, op weg naar de keuken. Je was van plan een uitgebreid ontbijt 
voor te bereiden. De keuken zou je echter nooit bereiken. De hal begon 
te draaien, te smelten, te verkleuren.

De violisten speelden er nog lustig op los, terwijl jij licht 
verdwaasd door je onderbewuste viel, zwom, zweefde. Totdat je plafond 
steeds iets zichtbaarder werd, en je begon te vermoeden dat je 
oogleden daar medeplichtig aan waren. De violen zwegen, Neil Diamond 
had het van ze overgenomen. Het was een paar minuten over half zeven, 
een nieuwe herfstdag vroeg fluisterend om aandacht.