| Een waterpartij | |
| Ik was binnen in het huis met gesloten ramen. Jij was in de andere kamer, we zaten niet samen. Ik hoorde je hand en je armband krassen over de tafel. Je vingers die snelle tikken op je toetsenbord gaven. Ze willen een waterpartij in de binnentuin plaatsen, riep je. Nog meer water als je al woont op een gracht. Zeker naar een fontein zitten luisteren, de godganze dag. De kunst hing op de plek waar eerder de schoorsteen eens was. Ik ga naar bed, zei je, een waterpartij het is me toch wat. Ze moeten oprotten met hun gesubsidieerde rommel, het land is al zo nat. Ik was binnen in het huis met gesloten ramen. Jij sliep al, toen ik in bed kwam en het regende zacht. |
|