Eenzaamheid en vertwijfeling
|
|
Ik zag je lopen over straat, alleen en zoekend. Je keek naar binnen of je me misschien zag je had je hand boven je ogen tegen de zon, als een indiaan in een film met John Wayne. Je zag mij niet in de schaduw, zelfs niet toen ik met tegenzin naar je zwaaide. Je liep weer door, je schouders licht gebogen en kijkend alsof je je laatste duppie had verloren. Opgelucht ging ik weer verder met niets doen, maar ik voelde me schuldig, omdat ik wist hoe eenzaam je was. Toen ik later in de straat keek was je weg en je naam roepen zou geen enkele zin meer hebben. |
|