Een zoon van zijn vader

 

Net als zijn vader is Marcus Messner er van overtuigd dat één kleine misstap het einde van alles kan betekenen. Door zijn vlucht naar een universiteit, 700 kilometer verwijderd van zijn ouderlijk huis in Newark, denkt hij ontsnapt te zijn aan de angsten van zijn vader. Dat is niet zo. Hij is weg van zijn vader maar dienst angsten heeft hij netjes meegenomen. Dus is hij ook niet weg van zijn vader. Hij leeft zijn vaders verwachtingen die ook de zijne zijn en waartegen hij zich, spartelend en verontwaardigd, verzet.

 

Daarover gaat Verontwaardiging, de nieuwste roman van Philip Roth. Over een misstap die je lot bezegelt. In het geval van zijn vader: één foutje (te laat thuiskomen) leidt tot de volgende, Marcus, en voor je het weet ben je terechtgekomen in de poel des verderfs. In zijn geval: elke overtreding leidt tot verwijdering van de universiteit en verwijdering van de universiteit leidt tot het vervullen van je dienstplicht in Korea – waar de oorlog woedt.

 

Vader en zoon Messner zijn gebiologeerd door de afwijking van de rechte weg. Zijn vader ziet uiteindelijk alleen nog de afwijking en niets anders meer. Marcus, verschil moet er zijn, is verontwaardigd dat hem überhaupt iets afwijkends in de schoenen wordt geschoven, dat hij – hij met zijn grote ‘talent voor tevredenheid’ – zich moet verantwoorden voor niksigheidjes waar hijzelf geen en zijn vader en later de decaan van de universiteit van Winesburg, Ohio, alle betekenis aan toekennen. Ik ben verontwaardigd dus ik leef. Ik zoek een plek, een eigen plek. Is dat een afwijking? Nee. Je verzetten tegen de controle die ze je op uitoefenen omdat je misschien toch wel een beetje afwijkend bent, zou kunnen zijn, zou kunnen worden? Ja, verzet en zeker verontwaardigd verzet en bij uitstek solitair verontwaardigd verzet, is een afwijking. Iets doen wat niet mag? Best, als het iets is dat vele anderen ook doen. Word je gesnapt, dan heb je pech en je krijgt een straf. Maar in jouw geval, Marcus, heb je tegen van alles en nog wat – het verplichte kerkbezoek als onderdeel van je universitaire studie bijvoorbeeld – principieel en verontwaardigd verzet aangetekend en dan is het geen overtredinkje meer als je daar een uitweg voor dacht te vinden, maar een uitdaging.

 

Het duurt niet lang voor Marcus van de universiteit wordt verwijderd, in Korea belandt en het leven laat. Zijn misstap – verontwaardiging. Zoals zijn vader de maat uit het oog verloor door alleen nog maar, met groeiende verontwaardiging, de afwijkingen ervan te registreren, zo verliest Marcus uit het oog dat je de maatschappij geen uitleg, gelardeerd met het zichzelf voedende ongeduld van de verontwaardiging, verschuldigd bent maar gehoorzaamheid.

 

Met een gezonde dosis onverschilligheid had Marcus het best gered. Zoals de meeste studenten het redden. Maar onverschilligheid was het enige geschenk dat zijn vader hem niet had meegegeven. Hij had het zelf niet. En dat gebrek, dat was de lucht die Marcus inademde. Als alles ertoe doet, doet alles ertoe. Geen ontkomen aan. Het leven – noem het de maatschappij die de gemeenschap is ontgroeid – is net een slagerij waar we worden bewerkt tot voor maatschappelijke consumptie geschikte artikelen. Dat zien de meeste mensen ook wel, maar ik geef toe: een slager en diens zoon denken dat een slagerij een slagerij is en de maatschappij iets anders. Een supermarkt bijvoorbeeld die je je klanten afneemt – zoals de vader van Marcus ervaart. Het helpt niet als je de supermarkt bekijkt met de ogen van een slager, een koosjere slager zelfs, als was het een slagerij; het is droef als je desondanks niet anders kunt.

 

Ook zijn moeder biedt geen tegenwicht. Als het om haar zoon gaat wil ze de wereld precies  zo bezweren als vader dat deed. Ze kiest alleen haar moment veel beter. Ze belooft Marcus niet te scheiden van de man waar ze net als hij helemaal gek van wordt. Maar dan moet Marcus beloven elke relatie te verbreken met het meisje dat hij is tegengekomen – en dat suïcidaal was of, sommige dingen zullen nooit overgaan, nog is. Of het een joods meisje is of niet, het zal haar hetzelfde zijn. Maar een instabiel meisje – een meisje dat op haar pols nog het litteken draagt van haar zelfmoordpoging -, zo’n meisje (‘Dat meisje zit vol tranen’) dat kan niet. Marcus belooft het, is niet van plan zich aan z’n belofte te houden maar hoeft het zover niet eens te laten komen. Ze is al afgevoerd, richting inrichting. Ook zij week af, meer dan goed voor haar was. Vond men. Marcus weet dat het niet waar is, het probleem zit niet bij haar of bij het gezin waar ze vandaan komt, het probleem zit in de ‘conventionele wereld’. Zijn wereld, ondanks alles, en zelfs hij die over zichzelf de staf breekt (‘zo jammerlijk conventioneel toen ik hier net was dat ik een meisje wantrouwde omdat ze me pijpte!’) doet dat te laat. Voor haar en voor zichzelf. Te laat. Wie alles goed wil doen weet nooit wanneer het goed is, steeds dat het beter had gemoeten en altijd dat geen belofte goed genoeg is om vergiffenis te mogen durven verwachten, de vergiffenis die je nodig hebt om de schade te vergoeden van wat de stenen hebben aangericht die je ondanks jezelf aan het rollen hebt gebracht. Conventies kun je afschaffen (de studentenrevolte bereikte begin jaren zeventig ook Winesburg, schrijft Roth), de conventie niet.

 

Het boek schildert de behoefte aan troost. Het biedt het niet en dat is maar goed ook. Marcus zou het geweigerd hebben. Troost? Waarvoor? Heb ik iets fout gedaan dan? Het boek geeft, net als de stof waaruit verontwaardiging ontstaat, te denken.

 

29 september