Geen lach om de dichter
|
|
Ik lachte niet om de dichter Om de dichter met zijn vurig betoog Er werd niemand uit gelachen Ik lachte om het schilderij Boven het hoofd, van mijn vriend Ik lachte om ziektes Ik lachte om vroeger Ik lachte om toen Ik lachte mijn tranen Ik lachte om liefde Dronk nog wat drank En ging toen naar huis Alleen naar mijn huis dacht aan de dood en lachte mijn lach Wat moest ik anders dan lachen Het leed was te groot. |
|