Gelukkig is daar
Gelukkig is daar elk half uur de trein
om aan te waaien soms even terug te komen
gauw weer weg te gaan voor het op de longen slaat
je moet hier niet te vaak zijn
niet teveel stilstaan te lang rondlopen
in de grauwe straten vuile stegen
vertrek voordat het naar binnen kruipt
dat donkere van mijngangen onder de stad
en niet struikelen over het beton
het scheurt onder de last van een braak verleden
winkels en huizen kaal en leeg
ontruimd voor dood of erger
er valt een afgrond onder waar je staat
het café de huiskamer van harmonie en stamgast
alle tijd om te verbroederen
het glas te vullen tot de rand
de klok van onrust door keel en maag te spoelen
en achter het spoor de laatste hoer
hoe ze tevergeefs naar onderdak
naar haard en warmte zoekt de geur
van zwart zaad door de goten weggespoten
niemand neemt haar bij de arm
hier ligt de stad in stinkende wind
het perron verlaten niet een bekende meer
die je nog de hand gaat schudden geen geliefde
om na te zwaaien vanuit de trein
Frans Terken 02022012