Gewoon donderdag |
|
Vanaf de zolder van de Heer zag ik de weemoed, terwijl ik op die doordeweekse dag, gelukkig was. De herfst zon, die scheen en alles was goed. Mijn neus drukte tegen het groenige eeuwenoude glas. In dat fraaie huis waren we jaren niet geweest. Het huis met het mooie uitzicht op het paleis. Geen pracht of praal, de eenvoud trof het meest. Maar ook daar brachten ze me niet mee van de wijs. Bij de brug waar ongeïnteresseerde toeristen stonden, Wijd gapend niet luisterend naar de woorden over mijn stad Slechts hopend op een coffeeshop die ze veel leuker vonden Tevreden waren wij, al waren onze zakken leeg en plat Wij liepen over straat en genoten van elke seconde en hadden het in lange tijd niet zo goed gehad. |
|
| 9 oktober 2009 |