Het is een wonder.

Van de week kreeg ik het blaadje Levensstroom in de bus. Het magazine met het getuigenis van de kracht Gods. Zoals de subtekst luidt. Ik geloof niet in god en niet in wonderen maar ik ben wonder boven wonder wel vreselijk nieuwsgierig. Dus zo een blaadje ga ik dan toch zitten lezen. Verlamden, blinden, iemand met een “slipping hip”en een mevrouw met de ziekte van Graves, zij allen werden op een wonderbaarlijke manier genezen. Zomaar door de aanraking van de heer. Ik weet niet of u wel eens in een ziekenhuis bent geweest, zo niet, dan zou dat ook een wonder zijn, maar daar liggen toch vrij veel mensen te creperen aan de meest afgrijselijke ziektes. Ik vraag me dan altijd af waar komt die willekeur toch vandaan. Waarom word de één op wonderbaarlijke wijze genezen en waarom de andere niet. Alleen maar omdat je bidt. Ik denk dan, we zijn, als god bestaat toch allemaal kinderen van de heer. Maar blijkbaar valt een groot deel van de wereld bevolking niet onder de categorie die op wonderen zitten te wachten en die mogen dus gewoon op een vreselijke manier de pijp uit gaan.

In dat blaadje stonden natuurlijk ook verhalen van mensen die alcoholist waren geweest of aan de drugs en die plotseling helemaal geen trek meer hadden in dat verderfelijke spul. Ik heb zelf ook wel eens geen trek meer in drank maar dat is dan vaak wel heel laat op de avond. In mijn geval is het meer een wonder dat ik het nog tot zo laat vol hou. Maar goed die mensen zijn er zo maar helemaal van af.

Vroeger stonden er in de stad vaak groepjes mensen van het leger des heils met een gitaar en een tamboerijn van gods pracht te getuigen. Daarbij hadden ze dan ook vaak een afgekickte alcoholist uit de leger des heils pet getoverd. Dan stond daar zo een armoedzaaier, als ie dat al was natuurlijk, te getuigen van hoe slecht zijn leven eerst was, met drank en vrouwen en ontucht en hoe blij hij nu was om mee te mogen zingen in het grote koor van de heer. Maar ik vond die type, s altijd een beetje zielig. Ze stonden daar zo vaak zonder overtuiging te vertellen over goede dingen die hen waren over komen nadat ze de heer in hun hart hadden toe gelaten. Terwijl ze wel altijd droevige ogen hadden. Of ik let er niet meer op of er staan nooit meer van die groepjes mensen, maar toen kon ik me over dat soort verhalen ook al zo vreselijk verbazen. Net als de verhalen in dat blaadje. Wat dus schijnbaar door honderdduizenden mensen word gelezen. Het lijkt soms of ik nog de enige ongelovige ben in Nederland.

Vandaag ben ik jarig. Ik ben drieënvijftig geworden. Een respectabele leeftijd vind ik zelf. Terwijl een hele hoop mensen toch heel andere vooruitzichten voor me hadden, ben ik er nog steeds. Sommige mensen zullen dat ook als een wonder ervaren. Of als een vloek. Ik zelf vind het in ieder geval wonderlijk en zal het waarschijnlijk vieren in de kroeg. Ik zal proosten op nog vele jaren en nog veel plezier.

Dit wonder is , voorlopig, de wereld nog niet uit.