Het zwarte water
|
|
| Aan het water, zie ik, de schepen in hun vaart. Ik zwaai naar schippers en denk niet aan later. Omdat mijn gedachten slechts nog over vroeger gaan, en hoeveel mensen er in mijn leven waren. Wie er waren verdwenen of weg gingen, van de goede vrienden en vriendinnen, die verdwenen in duistere nachten, Zonder dat ik het waarom ooit kon verklaren. Niet slechts omdat ik ruzie had, begrijp ik nu, of niet genoeg van al die mensen hield. Maar er stonden geen andere opties voor hen open, omdat er van mij, niets meer te verwachten viel. |
|