Hoerenstad

Waarom stond ik hier

op de Veemarktstraat, bij de Morenhoek.

Die vuile stink straat in een uithoek van de stad,

in de goot, van die hoerenstad

Bij de gesloten kroeg die hier al jaren weg was

 

De steeg stonk nog steeds naar pis

Het stond nog steeds vol met graffiti, en tegen de kale muren

hoorde ik nog steeds jouw stem,

die tegen me schreeuwde  waarom je genoeg van mij had,

in die stad in die hoerenstad.

 

Masochistisch keek ik ook nog bij ons

stamcafé in het nieuwe gebouw

Waar het weer veel te veel glom en blonk

naar mijn zin, en waar ik niets meer vond

 

Ik liep weer terug naar het station, door de Willemstraat,

De Oranje Nassau straat, de Stationsstraat, op het Stationsplein

keek ik nog even  achterom, naar die stad waar het volgens vele

nog steeds rook naar die kolenmijn

Ik rook alleen de stad en jou in die stad, in die hoerenstad

 

Ik moest hier niet meer komen

Waarom, wat was hier nog,

Iedereen was dood of verdwenen,

Of verslaaft, of getrouwd en gelukkig, zoals jij

In die stad, waar ook ik eens gelukkig was, in die hoerenstad.

 

Gelukkig was daar de trein

 

(Voor Michiel)

Ronald M.Offerman

16-11-2011