I.M. Sharon
Toen
ik afgelopen dinsdagavond op de club aan het bridgen was, ging onverwachts mijn
mobiel af. In de stilte en concentratie van het spel klonken de ijle klanken van
Purcells Dido en Aeneas. Zeer ongemakkelijk mompelde ik dat het mijn begrafenismuziek
was die ik als tune op mijn mobiel had gezet. Om alvast te wennen, schertste ik.
Later bleek dat ik het bericht had gekregen dat Sharon was overleden.
Sharon, een Amerikaanse, die 40 jaar geleden, liftend uit Kopenhagen, het liberale
tolerante Amsterdam kwam binnenlopen was trots op haar Nederlanderschap sinds
1975. Ik ontmoette haar twee jaar geleden op de filosofiegroep bij Theo waar we
twee keer per maand bijeenkwamen. Ze was iemand met grote sociale betrokkenheid.
Eigenlijk een hippie in hart en nieren en trouw gebleven aan haar idealen. Ze
was uitgesproken in haar denken over mondiale ontwikkelingen en haar verlangen
naar "alle Menschen werden Brüder". Ze ging geregeld naar andere culturen
in Zuid- en Midden-Amerika voor contact, uitwisseling en vrijwilligerswerk. Een
vrouw met het hart op de goede plaats.
Dat Sharon ziek was wist ik reeds vanaf 29 juni van dit jaar, toen ze in een e-mail
te kennen gaf, dat ze voortijdig haar reis in Guatemala en Mexico had moeten beëindigen,
omdat ze draadjes bloed in haar spuug ontdekte tijdens het hoesten. Het bleek
dat ze drie kleine tumors had, in haar long, schedel en de adrenaline klier boven
de nier. Hoe voelde ze zich? Verbijsterd, verdrietig en een beetje bang. Hoe kon
ze, vroeg ze zich af, met haar gezonde levensstijl en positieve houding kanker
krijgen. Ze schreef dat ze in een uitstekende conditie was, bevestigd door haar
artsen die haar zouden helpen te herstellen. Wat er ook zou gebeuren, haar innerlijke
vrede en rust zouden haar steun geven.
Drie weken later kreeg ze het slechte nieuws. Haar longkanker was ongeneeslijk.
Ze had misschien een paar maanden, misschien een jaar. Triest maar niet tragisch,
dacht ze op het ene moment. Op een ander moment was ze het vergeten en genoot
van alles om zich heen. Dan weer was ze volkomen verslagen, verbijsterd en dacht
dat het niet waar kon zijn.
Eind augustus schrijft ze dat ze zich uitstekend voelt. Ze is wel kortademig en
gauw moe maar ze is niet afgevallen en de tumor in haar long is in de laatste
twee maanden niet gegroeid. Ze denkt niet meer aan een naderende dood, al houdt
ze er rekening mee dat dit zou kunnen veranderen. De informatie over een uitvaart
die ze heeft verzameld, heeft ze spottend in een mapje 'rouwkost' gestopt en terzijde
gelegd. Begin oktober krijg ik een e-mail, waarin ze vertelt dat de tumors niet
zijn verkleind maar juist in een heel snel en agressief tempo gegroeid. Het is
nu niet een kwestie van maanden maar weken. Als ze zich fit genoeg voelt en toestemming
krijgt, wil ze haar familie in de VS bezoeken. Ze heeft geen gevoelens van vrees
of woede, wel verbijstering en verdriet maar ze kan dit allemaal verwerken, schrijft
ze. Half oktober laat ze weten niet naar de VS te gaan. Haar lievelingszus is
op bezoek. Ze geniet enorm van de haar gegeven tijd. Iedere dag is een dag!
Dan besluiten Theo en ik op zeer korte termijn Sharon te bezoeken, waar ze zich
erg op verheugt. Dat vindt plaats op maandagavond 22 oktober. Ze komt op mij alert
over en verre van terminaal. We filosoferen over het leven en de dood. We drinken
een glas wijn en maken plezier. Verre van een begrafenisstemming. We beloven over
veertien dagen terug te komen.
Maandagavond 29 oktober -precies vier maanden na de diagnose- is ze gestorven.
In alle eenzaamheid. Men vond haar de volgende ochtend naast haar bed. Haar gezicht
verkrampt. Een straaltje verdroogd bloed uit haar mondhoek. Aanstaande maandag,
de dag van ons geplande bezoek, wordt ze gecremeerd. Op De Nieuwe Ooster.
Moedige strijdbare Sharon. We hebben gelukkig nog net bijtijds afscheid kunnen
nemen.
es van essen