Martin Bril is dood.

 

Bril is dood. Dat is jammer.  Ik vond hem niet altijd even leuk of zelfs maar even goed maar zelfs zijn mindere columns vond ik altijd nog leesbaar. Van mij hoeft een columnist ook niet elke dag een prachtige column te schrijven,  af en toe iets minder of zelfs ronduit slecht stoort mij niet. Dat maakt een columnist in mijn ogen alleen maar meer mens met zijn gewone ups en down,s. Carmiggelt heeft al lang gelden geschreven ook een columnist heeft wel eens zijn/haar dag niet. Morgen beter. Zo is het.

Omdat ik heel lang in Amsterdam Ouw West heb gewoond en daar nog vaak kom en rond loop, kwam ik Martin Bril wel geregeld tegen. Niet dat we elkaar persoonlijk kenden maar door zijn colums kende ik hem toch vrij goed. Helemaal omdat hij geregeld schreef over dingen die ik zelf in de buurt regelmatig tegenkwam. De beschrijving van een terras op de Overtoom, over het Vondelpark of wat voor straten of pleinen, winkels en mensen dan ook in Oud West.

Soms raakten onze levens zich op dat soort punten. De column over de erge stijging van de Koekjesbrug bijvoorbeeld, iedereen die al dan niet dronken, komend vanaf het leidseplein, op de fiets die brug heeft bestegen, die  weet hoe heerlijk het is om met de wind in je haar de Bosboom Toussaint straat in te rijden. Martin Bril kon dat mooi beschrijven.

Een paar maanden geleden had hij een column getiteld , De dood van een Danser, over een bejaarde man die in het bejaardentehuis Bernardus zat en die al jaren geen bezoek had gehad. De man zat meestal te slapen voor zijn televisie  en toen Martin Bril eens zag dat zijn kamerr werd leeg gehaald bleek de man overleden. De overledenman was een redelijk beroemde balletdanser geweest. Dat was heel lang geleden, want de danser was drieennegentig jaar geworden.

Ik kende die danser en heel af entoe ging ik wel eens bij hem op bezoek, net als verschillende andere mensen uit mijn kennisenkring. Ik moet toegeven dat de laatste tijd het bezoek minder werd omdat Johan, zoals de danser heette,  steeds minder mensen herkenden, maar ook omdat hij nogal narrig uit de hoek kon komen en redelijk verward was. Vroeger als ik langs Bernardus kwam en ik zag Johan voor het raam zitten dan klopte ik even bij hem aan het raam en vroeg of alles goed ging en maakte dan een kort praatje. Maar de laatste jaren was het zo dat als ik op het raam klopte, Johan wakker schrok en dan zeer moeizaam uit zijn stoel op stond en dan met hele kleine stapjes naar de deur liep omdat hij dacht dat daar geklopt werd.

Die korte wandeling duurde zo gruwelijk lang en kostte hem zoveel moeite dat ik medelijden met hem kreeg en dus met het kloppen gestopt ben. Maar goed,  Martin Bril was dus in de veronderstelling dat niemand hem meer kende, maar dat was niet zo. Dat wilde ik hem steeds schrijven of laten weten maar iedereen weet hoe dat gaat. Je denkt, ik schrijf hem morgen wel of het komt wel, en dan plotseling is iemand dood.

En als iemand dood is dan valt er niet veel meer te schrijven aan die persoon . Martin Bril is dood,  Amsterdam zal hem missen.

 

Hieronder het gedicht dat ik schreef toen Johan overleed.

 

De Dode Danser

 

Nee, dansen zat er niet meer in
Te oud en stram en te veel jaren
Maar op foto,s aan de muren
Kon je zien hoe hoog je vroeger vloog

Als ik de tijd nam en als jij wakker was
Dan kwamen de verhalen
Over grote sterren en hun daden
En hoe jij de hele wereld eens bewoog

Maar voorbij, het is gedaan
Apollo staart nog een tijdje uit het raam
Tot ook hij verdwijnen zal

17 februari 2009