De weg.

 

 

We staan stil, mijn hond en ik.

Sigaret in mijn mond.

Zweet op mijn voorhoofd.

Een gele landkaart voor mij.

Doortrokken met rode strepen.

En blauwe stippen.

Het zou me de weg moeten wijzen.

Ik zou de richting moeten weten.

Hier zou ik het moeten vinden.

Maar ik zie het niet op de kaart.

En het kan me ook geen flikker schelen.

 

Ik volg rood/witte strepen door het land.

Op een boom staat er een.

Op een lantarenpaal.

Op een al jaren buiten gebruik geraakte waterput.

Op een huis.

Ik volg de strepen. Een rood/ wit kruis is fout.

Dan ga ik verkeerd.

Het is simpel.

Was het leven maar zo simpel.

Hier alleen,  zonder richting maakt het geen flikker uit.

 

De zonnebloemen begeleiden me op de route.

Stof op de weg.

Het dwarrelt geluidloos op en valt weer neer.

En als ik achterom kijk lijkt het of ik daar niet was.

Wie heeft hier nog meer gelopen.

Mensen waar geen sporen  van over zijn.

Van duizend jaar en langer.

Wat dachten zij.? De weg is er.

Dat is er van over. Door hen en door mij.

Verder maakt het allemaal niet zoveel uit.

Santiago.

 

 

 

Elke stap.

Brengt me dichter.

Bij het einddoel.

Of een nieuw begin.

De dure wandel  schoenen,

Hangen aan de wilgen.

Gympen van de schoenenreus..

Twintig gulden.in de reclame.

 

Moe begonnen.

Met alles en iedereen in mijn hoofd.

Mensen

Die eens mijn vrienden waren.

Verder haast niets.

Een rugzak, twee spijker broeken.

Een pan, twee T-shirts

Stijgende, rotsige paden..

 

 

Zo na de stad.

De stilte, enorm en overweldigend.

Zodat ik zelf maar wat schreeuw.

En raas en tier.

Later op een terras.

In weer een nieuw dorp.

Met eten en bier.

Denk ik aan het einddoel. Het zijn. De zin.

En aan een nieuw begin.

 

Het pad.

 

Het water is rechts van mij.

De bomen links.

Daartussenin loop ik.

De zon valt  in scherven op de grond.

Er is eigenlijk niets te zien.

Hoe lang loop ik hier.

Twee uur,drie uur.

Ik heb nog geen honger,

Dus het kan niet echt lang zijn.

Het water is rechts van mij/

De bomen links.

En ik loop ertussenin

 

Er komt een boot aan.

Ik ga zitten tegen een boom.

Ik drink iets uit mijn plastic fles.

En eet wat ..

Er staat een man en een vrouw op de boot.

Ze zwaaien naar me.

Ik zwaai terug..

Ze zien er gelukkig uit.

Het water is rechts van mij.met een boot.

De bomen links.

En  ik moet verder.

 

Na uren ,in de verte achter de bomen,

Ontwaar ik een toren.

Er is een stad.Of een dorp.

In ieder geval een kroeg.

Waar ik kan eten en een biertje kan drinken.

En er is vast een plek om te slapen..

We zullen wel zien.

Nog een kilometer of vijf schat ik..

Dat water rechts van mij.

En die bomen links.

Ik heb het wel  gezien.

Niets meer..

 

Hoog in mijn kasteel voor een nacht.                         

Kijk ik naar de rivier, diep in de verte.

Ik zie mijn land en de bossen.

Uitgestrekt en machtig.

Het is van mij, want ik heb daar gelopen,

gezeten, met mijn hond gepraat.

mezelf stevig toegesproken.

En diep over mezelf  nagedacht.

 

Ik zit in mijn tuin voor een dag.

Zestien meter boven de straat.

Waar mensen gaan.

mensen komen.

Zich niet bespied wetend door mij.

Met hun eigen angsten en hun dromen.

En ik denk aan jou, hoe ik moet vertellen.

Dat ik niet langer meer bij je wil zijn.

 

Slapeloos in de slaapzaal.

Kijk ik  naar de gepijnigde portretten van heiligen.

Zij hebben allemaal het licht gezien.

Maar ze zien er ook niet gelukkig uit.

In de stilte hoor ik mijn kabaal..

Geschreeuw, ik wil niet meer, ik kan niet meer.

Ik doe het niet meer. Ik doe niet meer mee..

Maar hoe ik het aan jou moet vertellen.

Dat is vers twee.

 

Vijftien.

 

Vijftien jaar dood.

Lange, lange tijd.

Ik drink bier om je te gedenken.

Ik zit met de mensen om me heen,

Die me lief zijn.

Miek, Marjolein, Paul, Anne, Dickie v.d H.

En vele anderen.

Alleen mijn grootste liefde is er niet.

Zoals hij er vaak niet is.

Het maakt jou niet uit.

Jij bent dood.

Al vijftien jaar.

Je kent hem niet.

Hij staat tot mij, als ik tot jou.

Alleen ik leef, en ik drink bier,

Om jou te gedenken.

Wachten.

 

 

Ik haal adem omdat dat moet.

Ik rook pakjes sigaretten omdat ik dat doe.

Ik drink wat omdat dat moet.

Ik eet af en toe wat omdat ik eet.

En ik leef omdat ik leef.

Niet dat het iets uit maakt.

Sinds jij niet meer om me geeft.

 

Ik wandel door onze stad.

Bij elk punt herinner ik me wel iets.

Van jou of mij of ons.

Dat alles goed was of dat ik weer eens ruzie met je had..

Of dat je weer eens een pestbui had,

De stad maakt het niet uit.

Dat jij niet meer om geeft.

 

Het zal wel weer over gaan.

Dit gevoel en dit zelfmedelijden.

Ik doe wat ik doe omdat het moet.

Ik eet wat omdat ik eet.

Ik leef door omdat ik leef.

En wacht tot het allemaal weer iets uit maakt.

En ik niet meer om je geef..

 

 

 Een goed gesprek.

 

We moesten weer een goed gesprek hebben.

Het ging allemaal niet zoals zij vond dat het moest.

Ik deed de televisie zachter.

Ik luisterde en hield me koest.

 

Je bent vaak zo negatief.

Bij jou is nooit iets goed.

Je hebt altijd wat te zeuren.

Je doet nooit meer iets aardig of lief.

 

We kunnen toch ook wel eens naar de film.

Je hebt helemaal geen ambities.

In zo een stomme kroeg werken kan toch iedereen.

Er zijn toch nog wel dingen die je wel zou willen.

 

Ik heb tenminste gestudeerd.

Jij blijft maar gewoon hangen.

Je blijft maar op die bank liggen.

Er is niets wat je interesseert.

 

Uit eten of het theater.

Of een keer naar het museum.

Of een culturele groepsreis door Italië.

Ik kan net zo goed tegen de muur praten.

 

Ja zuipen,dat kan je.

En je lul achterna lopen.

In de kroeg ben je wel vrolijk.

Je hoeft me niet zo aan te kijken,met die arrogante kop.

 

Je zal die vieze hoeren bedoelen,die je voor mij had.

Wat ben je toch een vuile,gore etterbak.

Ik wou dat ik je nooit ontmoet had.

Mijn hele leven heb je verpest klerelijer.

 

Ooooh,,, wat ben ik stom geweest om op jou verliefd te worden.

Zuipen en neuken,dat is alles wat je wil.Alcoholist.

Je eindigt nog eens heel eenzaam ,jij egoïst.

Ja,ja,ja, ga maar weer de kroeg in.

 

Je luistert nooit naar mij.!!!!!!

Zachtjes sloot ik de deur achter mij.

Het was lekker weer.

Ik was weer even vrij.

 

 De wilde roos

 

 

De paarsomrande kaart.

Die ik vond in mijn lege huis.

Met jou naam, je geboortedatum.

En de dag dat je stierf.

Ver bij mij vandaan, in de polder.

Waar je woonde,

Omdat de stad je humeur bedierf.

Omdat alles er zo snel  gaat.

 

De rouwrand zei me genoeg.

Op die kaart,

Ik zag alleen maar je naam,

Je ging al eerder, te vroeg

Naar dat vlakke land.

Met eindeloze weilanden,

Bomen en sloten, een kaal bestaan,

Waar niets jou meer in de weg zou staan.

 

Behalve een boom,

Naast een gladde weg.

Een sloot met eenden en wat kroos.

Je ging even rijden.

Door dat vernietigende land.

Waar je verdronk, als

In een  slechte droom.

Vaarwel, mijn wilde roos.

 

Volgende week.

 

 

Ik zit in het café, met een hele groep,

praat en drink en lach genoeg.

Jij zit aan de tafel tegenover mij,

kilometers ver weg maar zo dichtbij.

Ik praat met de mensen die naast me zitten.

Maar tussen alle mensen is er maar een belangrijk,

Dat ben jij.

 

Ik hoor je stem en zie je gebaren,

zie hoe je lacht, hoor flarden van je verhalen.

Maar de tafel met de mensen is een kloof tussen ons.

Als ik wat zeg lijkt het of je me niet hoort.

Ik lach met de mensen die naast me zitten.

Maar tussen alle mensen is er maar een belangrijk.

Dat ben jij.

 

 

 

De kroeg die gaat sluiten.

De obers roepen laatste ronde.

De avond is voorbij. We hebben elkaar weer niet gevonden.

Jij gaat naar jou huis, ik naar dat van mij.

Ik lach nog wat met de mensen die naast me lopen.

Maar tussen alle mensen is er maar een belangrijk,

Dat ben jij.

 

Volgende week misschien.

Nachthoofden.

 

Nachthoofden op stap.

Kroegen zijn gesloten.

Maar hier en daar nog verlichte bierborden.

Dronken en naar de klote,

worden we daar in de zwoele schemering,

liefdevol door elkaar omsloten.

 

Sterke drank in kleine glazen.

Bier teveel gehad.

Volle buiken en hersens verdoofd en zat.

Goed gesprek,zonder richting.

barkeepers met gezichten als,

verplegers in een inrichting.

 

De enge boze wereld,

laten we nog even buiten.

Medestanders solidair.

Tot ook deze bar gaat sluiten,

en voor we het weten, staan we

met brandende ogen buiten.

 

We zoeken onze huizen,

in de opkomende zon.

Lopen met vaste tred,

zwaaiend over straat.

We weten dat we morgen,

weer aan dezelfde bar staan.

Het is niet op het plein.

 

Het is niet op het plein.

Het is niet op de dam.

Het ligt niet aan de Amstel

niet aan het IJ.

Het ligt in een straatje,

uitzicht is er niet.

Toch vind ik het de mooiste kroeg,

De  kroeg  van Amsterdam.

 

Het is er niet trendy,

zeker niet flitsend.

Het is er eigenlijk vreselijk ouderwets.

de obers zijn obers.

Je verstaat daar nog je zelf, en een ander, als je iets zegt.

Ik noem het geen uitgaan.

Als ik daar sta, dan ben ik in mijn tweede huis.

Ik wil er echt niet meer weg.

 

Een café moet zijn als een oude jas.

Zoals een groot man heeft gezegd.

Mijn huiskamer is daar in dat straatje bij het plein.

Als ik niet thuis wil zijn, als ik er uit moet,

is dat de plek waar ik wil zijn.

 

Je hoort er een dichter,

die schrijft op de achterkant van een bon.

Er hangen schilderijen waarvan je dacht,

dat niemand het zo maken kon.

De sterren, de bouwvakkers, de dwazen,

ze drinken er allen hun bier, hun wijn of hun kopstoot,

en vieren het feest van het leven.

Brengen soms een toost op de dood.

 

                                                              (Met dank aan de Rolling Stones: Honky Tonk Woman.)

Een dronken barsnol.

 

Ik kwam een dronken barsnol tegen in cafe De Biblos.

Ik stond wat bier te drinken toen ze  zei.

Ik vind jou wel een lekker ding, heb jij wat te doen dan.

Zoniet, wil je  dan wat lekkers doen met mij.

 

Ik keek haar diep in haar dronken ogen.

Ze leek me wel lekker, ze zei, neem wat te drinken van mij.

Ik wil nog wel een biertje, zei ik glimlachend,

Ik wil jou vannacht wel, dat is wat zij zei.

 

(Refrein)

 

Het was een lekkere stevige barsnol.

Geef het, geef het,    geef het, geef je lichaam aan mij.

Het was een lekkere stevige barsnol.

Geef je lichaam vannacht helemaal aan mij.

 

We stapten over op de gin en tonic.

Het bier kwam zo langzamerhand mijn oren uit.

We kletsen nog wat slap,,je weet wel, kom je hier vaker.

Toen  vroeg zij, ga je met mee naar huis.

 

Het was een lekkere stevige barsnol.

Geef het, geef het, geef het, geef je lichaam aan mij.

Het was een lekkere stevige barsnol.

Geef je lichaam vannacht helemaal aan mij

 

We bestelden nog wat gin en toch ook nog maar een biertje,

Nog eentje dan, schreeuwde  springtij in mijn oor.

Ik draaide nog een shaggie , was hartstikke bezopen.

ondertussen zochten mijn ogen naar de deur.

 

Het was een lekkere stevige barsnol.

Geef het, geef het, geef het, geef je lichaam aan mij.

Het was een lekkere stevige barsnol.

Geef je lichaam vannacht helemaal aan mij

 

Hoe ik thuis  gekomen ben, ik zou het niet weten

Toen ik morgens wakker werd was zij in ieder geval niet bij mij..

Ik zag haar een paar dagen later weer in de Biblos

En O,  mijn lieve god wat was ik blij.

 

Het was echt een vreselijk lelijke barsnol.

Kom niet, kom niet, kom niet, kom niet  te dicht bij mij.

Het was echt een vreselijk lelijke barsnol.

Kom niet.kom niet, kom niet in de buurt bij mij.

 

 

Geen dranger. (carnavalskraker)

 

 

Er zit geen dranger op de deur.

Ja, ja, geen dranger op de deur.

Er moet een dranger op de deur

Van de kou verschieten we van kleur,

dus maak die dranger op de deur.

 

In het cafe, daar stond de deur steeds open,

het was daar dus steenkoud.

Maar zoals u weet, zijn obers geen bouwvakkers,

de klus werd aan een ander toevertrouwd.

 

Snel was er iemand gevonden voor de klus.

Met een shaggie in zijn mond, nam hij alle maten op.

Schiet je wel een beetje op, zei de ober handenwrijvend,

want we krijgen van de kou een blauwe kop.

 

Er moet een dranger op de deur.

Ja, ja, een dranger op de deur.

Ja, ja, een dranger op de deur.

We verschieten hier van kleur.

Dus maak die dranger op de deur.

 

Helaas, de maat die viel wat tegen.

Dus de goede dranger was nog niet zo snel gevonden,

Zijn maat die kwam te hulp, ze bespraken het plan van aanpak

Terwijl ze samen een shaggie rolden.

 

De klanten gingen klagen, je weet hoe dat gaat in een cafe.

De een die wist het beter dan de ander, en iedereen bemoeide zich er mee.

De ober zag de bui al hangen, hij had alles al een keer gezien.

Zijn jullie nu eindelijk uit gepraat, riep hij.want.

 

Er moet een dranger op de deur.

Ja, ja, een dranger op de deur.

Ja, ja, een dranger op de deur.

We verschieten hier van kleur.

Dus maak die dranger op de deur.

 

Na veel zoeken was er een apparaat gevonden

Een dictator heette het geval. ,

Nu moest hij er alleen nog even op.

Eerst even een shaggie draaien, zeiden de bouwvakkers dan is je deur weer top,

 

Na veel gehak, geschroef, getimmer en gezaag.

Was het karwei  na twee dagen toch nog klaar.

Alleen de deur ging niet meer open, je kon er niet meer in of uit.

De klanten zongen toen in koor.

Dan blijven we maar hier vandaag.

 

Laat die dranger op de deur.

Ja.ja.die dranger op de deur.

We gaan niet meer naar huis.

We voelen ons hier thuis.

Met de nieuwe dranger op de deur.

Muziek Bart Kwant Tekst Ronald Offerman

Dronken van geluk

 

 

Sax thema

 

Ik heb geen alcohol meer nodig, geen oppepmiddel voor mij

Geen dingen waarvan ik in een roes raak, die uitdaging is voorbij

Geen bungyjump of parachutesprong, geen vliegtuig voor de lol

 

Want niets dat maakt nog indruk, van niets geen kick of blij

Maar met vier kleine woorden maak je mij

 

Refrein:

Dronken, dronken, van geluk

 

Sax thema

 

Ik hoef bijna niet meer te eten, geen sigaretje meer voor mij

Geen bioscopen geen theater, de uitdaging dat ben jij

Geen motor of een speedboot, de snelheid geef jij mij

 

Want niets dat maakt nog indruk, van niets geen kick of blij

Met vier kleine woorden maak je mij

 

Refrein:

 

Sax thema gevolgd door  E, Fism, D

 

Refrein:              Als je me aanraakt

                            Als ik ’s morgens wakker word

                            Ladderzat, bezopen      

                            Dat maak je mij

  Lam in Amsterdam ( tekst : Ron Offerman, muziek : Bart Kwant )

 

Intro  ¾       | Em | Em | C | C | Am7 | Am7 | C | - |

 

Thema  ¾       | Em | Em | C | C | Bm | Bm | C | C |

                 | Em | Em | C | C | Bm | Bm | C | C | D | D | D | D |

 

Refrein ¾      | Em | Dsus2 | G | G | Am7 | Am7 | C | C | D | D | C | C | D | D |?  D |

               

                                                       

Toen we uit Heiloo vertrokken,  vanochtend vroeg met de bus

Toen wisten we al hoe het af zou lopen, het is altijd hetzelfde

er is niets nieuws dus

 

Eerst een paar biertjes op het Rembrandtsplein, de clubkleuren hoog in top.

En voordat we bij de Arena zijn, hebben we al minstens tien pils en bij Dobben

vijf kroketten op

 

#We gaan lam in Amsterdam,  niet te vermijden, niet te ontlopen,

  Een dag met drank overgoten, we gaan lam, in Amsterdam

 

| Em | Em | C | C | Am7 | Am7 | C | C |

 

Na de wedstrijd terug in de stad, wat pilsjes bij de Ster,

Even een analyse van de wedstrijd, dan naar de wallen,

we gaan lopen, het is niet ver

 

Wie doet het wel en wie doet het niet,

Wie staat er stevig in zijn schoenen,

Als je al dat moois achter de ramen ziet,

de helft is hartstikke stoned, die weten niets

 

 #We zijn lam in Amsterdam,  naar de kloten, overgoten,

   met drank en anekdotes, we zijn lam, in Amsterdam

 

Solo     | Em | Em | C | C | Bm | Bm | C | C | 2x

         | D | D | G | G | D | D | G | G |

| Am7 | Am7 | Bm | Bm | C | - | - | - |

 

‘S avonds laat de bus gevonden, ingeladen als stom vee,

De clubkleuren zwaar geschonden, vuil, smerig en besmeurd,

Maar de hele bus die weet, de volgende keer, gaan we allemaal weer

 

#We zijn lam in Amsterdam, naar de kloten, overgoten,

  met drank en anekdotes, we zijn lam, in Amsterdam

 

         | Em | Em | C | C | Bm | Bm | C | C | 2x

         | D | D | G | G | D | D | G | G |

         | Am7 | Am7 | Bm | Bm | C | C | C | C |

         | Em | Em | C | C | Em | Em | C | C | Em | Em | C | C | Bm | Bm | C | C |

         | Em | Em | C | C | Em | Em | C | C | Em | Em | C | C |

         | Am7 | - | - | - | D | - | - | - | Bm | - | - | - | Am7 | - | - | - | Em |

 

Voor jou.(tekst R.Offerman,Muziek,Bart Kwant)

 

 

Als de zon opkomt, is het alleen voor jou                                      | D | C | Bm |

Als de maan er staat, staat zij er voor jou

De sterren voor jou

Alles wat er draait, draait allemaal om jou

 

Mijn hart is zo koud geweest, een uitgedoofd vuur                       | Am | C | G | B7 |

Zo bang voor de liefde, leefde achter een muur                            | C | D | G | G/fis |

Maar jij doorbrak hem dan, voor deze man                                   | Em | Em | C | C |

| Cm | Cm |

 

Elk gedicht gaat over jou                                                                   | G | G | Em | Em |

Alle schoonheid is voor jou                                                               | C | C | B7 | C |

Symfonieën over jou                                                                           | G | G | Em | Em |

En ik die van je houd                                                                          | C | C | B7 | B7 |

De hele wereld is voor jou

Woestijnen, zeeën zijn voor jou

En ik die van je houd

 

Geen woorden genoeg heb ik voor jou                              | C | C | G | G |

Je bent de mooiste, mooiste vrouw                                                  | Dm | Dm | FM7 | G |

Mijn leven lang alleen bij jou                                                | C | C | G | G |

En ik die van je houd                                                                          | Dm | Dm | FM7 | G |

Alles wat ik wil en wens ben jij                                            | A7 | A7 |

Blijf alsjeblieft voorgoed bij mij

Want ik wil mijn leven lang bij jou

Ik die van je houd

 

Solo                                                                            | Dm | Dm | Bes | Bes | C | C | Am | Bes |

                                                                                   | Dm | Dm | Bes | Bes | C | C | Am | B7 |                                                                                

Geen woorden genoeg heb ik voor jou                              | Em | Em | C | C |

Je bent de mooiste, mooiste vrouw                                                  | G | G | B7 | B7 |

Mijn leven lang alleen bij jou                                                | Em | Em | C | C |

Alles wat ik wil en wens ben jij                                            | G | G | B7 | B7 |

Blijf alsjeblieft voorgoed bij mij

Want ik wil mijn leven lang bij jou

 

Alleen bij jou, de mooiste vrouw                                                     | C | C | Cm | Cm |

 

                                                                                                              | G | Em | C | B7 | Em |

 

 

 

 Muziek bij de liedjes is van Bart Kwant en de band Springtij.

 

 

www.Springtij.nl .Voor boekingen Bart Springtij.Telefoon.?????

 

 

Dit boekje kwam tot stand met hulp en onder inspirerende leiding van

 

Mieke van Beeren en Floor Voerman.

 

Hiervoor mijn dank.

 

En Bart en Springtij bedankt omdat zij de eerste waren die mijn teksten op muziek wilde zetten