Gedichten

Een nieuw project met fotograaf Hans Heemsbergen.  Hij stuurt mij een foto ik schrijf een gedicht. Dit is een test… 
Station Sloterdijk
Het is nog stil op het station
Een gewone vrijdag
De opkomende zon strooit goud licht
Op de vloer van de stationshal

 

Een enkele vroege reiziger loopt gehaast
Naar een spoor, 4B/3A/2C ?
Aan het eind van de reis
Wacht er iemand op hem

Een zwerver met zijn tassen
En een karretje met wieltjes
Staat voor het raam in de hal
Als een toerist in zijn eigen stad

Hij kijkt naar de nieuwe tram 19
De tram lijkt hetzelfde als de oude tram 12
Ook op dit vroege uur ruik je
De lucht van hamburgers en broodjes doner

Er wacht niemand op hem

Ronald M.Offerman
Amsterdam 14-9-2018

Op bezoek bij vaderI
k was gisteren even bij mijn vader op bezoek
Waarschijnlijk heeft hij daar wederom niets van gemerkt
Want hij is al vele jaren doodMaar regelmatig ga ik even bij hem langsOmdat hij mijn vriend was en we

Elkaar toch ook wel redelijk goed kende

 

Ik zat daar even tussen al die graven

En las de teksten die er op al die stenen staan

Over eeuwig en we zullen je nooit vergeten

Ik bekeek de bomen die nu allemaal groot zijn

Terwijl toen jij daar kwam alles klein was

En net was aangeplant

 

Al dertig jaar ben je uit mijn leven weg gegleden

En ook al ben ik redelijk gelukkig

Er zijn tijden dat ik je erg mis

Ik zou willen dat je dat nog zou kunnen weten

Ik ben nu al vele jaren ouder dan jij toen was

En het is nog niet eeuwig, maar

 

Ik ben je zeker niet vergeten

 

Ronald M.Offerman

Amsterdam 28-4-2018

 

De straat
De straten van de stad zij wisten nergens vanOf ik er nou was of niet het liet ze koudDe huizen stonden net als andersDe ochtenden schenen over torensRegen viel in goten, alles gingZoals alles al vele eeuwen ging

 

Mijn voetstappen zouden verdwenen zijn zodra ik voorbij was

Mijn naam zou ongenoemd blijven

Niemand zou zeggen weet je nog

Weet je nog dat hij daar liep

Of dat hij daar op dat bankje in het park zat

 

Het zouden straten zijn die soms een andere naam kregen

Er zou geen herinnering zijn aan wie ik was

Slechts een enkeling zou mijn naam nog noemen

Als hij onze naam las, gekerfd met mijn zakmes in de vloer van de zolder,

Waar ik al die tijd bij jou was

Amsterdam 25-3-2018

De straat twee

 Soms zag ik mijn vrienden lopen

Het waren oude mannen geworden

Ik herkende ze aan hun blik of hoe ze liepen

Maar hoe velen liepen er die ik niet meer herkende

Die zo anders waren geworden

Dan de vrienden die ik ooit had

 

Het waren er niet veel die mij herkende

Die zwaaiden dan en ik zwaaide terug

Dan liep ik snel de hoek om

Geen behoefte aan gesprekjes, groeten

Hoe gaat het? Hoe was het? Wat doe je?

In dat verleden had ik niets te zoeken

 

Toch liep ik vele malen door die straten

Ik kwam er steeds weer terug

Bekeek de school waar ik gezeten had

Bekeek het huis waar ik opgegroeid was

Bekeek de speeltuin waar ik speelde

Dan dacht ik aan korte toekomst

Die er over was

Amsterdam 08-04-2018

 

De straat drie

Van sommige wist ik de namen nog

Bea, Rosanne, Diana

Of ik zag de gezichten van degene

Waarvan ik de naam niet wist

Omdat ze onbereikbaar waren

 

Vroeger keek ik naar ze

Van een afstand

Toen wilde ze niet met me praten

Laat staan dansen, met jou, engerd?

 

Nu zag ik zorgen en ouderdom

Op hun gezichten

Als ik wel eens iets zei

Tegen een van die onbereikbare

Dan herkende ze me niet meer

 

Als ze al ooit wisten

Wie ik was

Amsterdam 9-4-2018

 

De straat vier

 

Wat heeft het voor zin dat ik alles nog herken

Als ik soms beelden zie op de televisie dan denk ik

Dat is daar waar Jantje woonde

Of ik denk, dat is het portiek van Bertje met dat leuke zusje

 

Ik zie soms de straten of een boom

Die ik dan herken een boom aan de gracht

Of van die hoge bomen bij de speeltuin waarin we klommen

Die herken ik uit duizenden

 

In het Vondelpark herken ik de plekken

Waar bekende bomen stonden

Bomen die wij namen gaven

De boom die wij “ The bridge over the river Kwai” noemden

De kwors kwimmie

De Tietenboom staat er niet meer

Die is omgehakt

Het is nog slechts een open plek

Amsterdam 10-4-2018

De straat vijf

 

De speeltuin is nog ongeveer hetzelfde

Alleen het clubhuis is anders

Waardoor toch alles anders is

Het oude clubhuis waar je op kon klimmen wat ik durfde

En vervolgens kon je er afspringen in de zandbak

Wat ik niet durfde,

Het clubhuis is nu een hoog vierkant gebouw geworden

 

De zoen in de zandbak weet ik nog

En de films van Tarzan op zondagmiddag

De onbereikbare meisjes ver weg achter in de jeugdbioscoop

De drumband waar ik niet op wilde speelde op het plein

Ik hoorde gisteren dat de sigarenwinkel op de hoek van de straat

Was overvallen met nogal wat geweld

Wij trokken pakjes sigaretten uit de automaten

Met valse muntjes die op guldens leken

We rookten ons duizelig en voelden ons stoer

 

Amsterdam 11-4-2018

 

Het mooiste huis

Iemand stelde de vraag, wat is het mooiste huis dat je kent? en ik dacht, dat is het huis waar zij is. Ik heb er maar een liedje van gemaakt.

Het mooiste huis

Ik ben in mijn leven al in vele huizen geweest

Maar als je vraagt, welk huis het mooiste was

Dan houd ik van het huis waar zij is, toch het meest

Een bouwvallig huis gaat stralen van grandeur

Een grauwe flat vertelt zijn verhalen

Als zij aanbelt aan de deur

 

Een huis dat eens een spookhuis was

Is plotseling een paleis vol kroonluchters met licht

Elk huis gaat stralen alleen van haar gezicht

Oooo elk huis gaat stralen, alleen van haar gezicht

 

Je weet, ik geef niet om luxe een bank een bed dat is genoeg

Kan leven op houten vloeren kamers met kale muren

Tocht, lekkage en troep in elke hoek

 

Want elk huis heeft verhalen elk huis is net een boek

Maar in elk huis waar ik kom, daar denk ik

Het zou een mooier boek zijn slechts door jouw bezoek

 

Een huis dat eens een spookhuis was

Is plotseling een paleis vol kroonluchters met licht

Elk huis gaat stralen alleen van haar gezicht

Oooo elk huis gaat stralen, alleen van haar gezicht

 

Want het mooiste huis waar ik kan wonen

Is een huis dat vol van jou is en

Al moet ik duizend keer verhuizen

Van oost naar west van noord naar zuid

De plek waar jij bent daar is mijn huis

Een huis dat eens een spookhuis was

Is plotseling een paleis vol kroonluchters met licht

Elk huis gaat stralen alleen van haar gezicht

Oooo elk huis gaat stralen, alleen van haar gezicht

 

Ronald M.Offerman

Amsterdam 10-2-2018

 

Bellamyplein

Ik weet nog hoe je daar op een bankje zat, moeder
Omringd door tantes, wol en breipennen
Je ogen op het laagje water waar ik, je Benjamin
Als een vis op het droge lag te spartelen

De blauwe Terlenka zwembroek
Opgetrokken tot onder de oksels
Het borstbeeld zag op ons toe vanuit de bosjes
De trams raasden piepend in de bochten

Op de terugweg naar huis, bruin verbrand
Aten we ijs bij Gerwi in de Kinkerstraat

Koekoeksjong 

We hadden niets te klagen
Wees dankbaar
Dat zei je zo vaak moeder

Mijn moeder

Terwijl het leven als een blok op me was gevallen
En ik er voorlopig niet meer onderuit zou komen
Terwijl het zo leuk was volgens haar, dat leven
Keek ik vaak zwijgend de eettafel rond
Naar de mensen die mijn familie waren
Denkend als een koekoeksjong

Blijven

Waarom zou ik weg gaan,
Zoals iedereen steeds doet
Waarom naar al die verre plekken reizen
Waar jij dan niet bent
Omdat jij niet om reizen geeft

Wat moet ik vinden tussen al
Die anderen die iets zoeken
En die er dan waarschijnlijk
Wel iets vinden en daar dan zo blij om zijn
Blijkbaar blij, dat hoor ik in hun verhalen

Ik ga niet weg ik blijf,
Om met jou te genieten van het uitzicht
Jouw fiets die zorgvuldig op slot staat
Tegen de boom
Waar soms een hond tegen aan pist

Dan zijn we samen kwaad

 Ronald M.Offerman
Amsterdam 14-04-2016

Ik zou je willen

Ik zou mijn handen op je oren willen leggen
Als een schelp, zodat je mijn stem weer hoort
Ik zou je ogen willen bedekken
Zodat het duister niet je oog verstoord
Ik zou je vast moeten houden
Zolang, zolang als nodig is
Ik zou je tranen willen proeven
Je lippen kussen, je dragen als een kind
Ik zou je hart nog moeten horen
Je lach, je stem, je voetstap op de trap
Ik zou je lichaam willen zien
Alsof je niet weg bent, maar

 

 Ronald M.Offerman
Amsterdam 11-9-2015

 

Amsterdam

Ik ken die plekken van je
Waar ik niet zou moeten komen
omdat pijn en woede op de loer liggen
Onverschillig als je bent
voor wat ik denk of voel
Als een vrouw ben je
beschimpt, vervloekt en soms geschonden
Die de slappelingen opvreet
of ze terug laat vluchten
naar hun holen, waar ze huilend
aan hun wonden likken
Vanwaar ze schelden
op je uiterlijk, je karakter
en de zonde die er in je heerst
Maar ik herschik dagelijks mijn hart
en mijn gedachten, terwijl ik fluitend
nieuwe dingen leer

Ronald M.Offerman
Amsterdam 11-11-2012

In het zand

In het zand daar staan mijn hakken
Ik wil naar een land, waar wonderen gebeuren
Al zal ik daar ook kijken vanaf de kant,
omdat ik er dan ook niet bij zal horen
In het zand daar staan mijn hakken en
wat ik dacht ben ik verloren
Als de nacht valt in mijn stad, zie ik mensen in de kroegen
Daar ben ik dan in de hoop, dat het daar dan zal gebeuren
Dat er iets gaat groeien uit het niets
Dat er een nieuw wonder wordt geboren
We schudden dan handen, zoenen vrouwen,
bespreken plannen, slaan op schouders, drinken drank
Ik schrijf op viltjes mijn gedachten
Terwijl ik voor de gezelligheid bedank
Onderweg naar huis, zie ik helder al de muren
die tussen de mensen staan
Ze zijn vol geschreven met mijn woorden en ik steek ze
voor het slapen gaan, met een jerrycan benzine
in een huizenhoge brand

Ronald M.Offerman
Amsterdam 17-05-2012

Thuisvrees

Jarenlang had ik het,
Of ik in Berlijn was of in Parijs
In Appelscha, Drachten of Hoogeveen
Thuisvrees dat had ik overal
Ik wilde altijd ergens anders heen
Het duurde te lang voordat ik besefte
Dat thuis niet in een omgeving zit
Een berg, een zee, de lucht
Niet in een stad of weer een land
Thuis dat ben jij en ik
Zo burgerlijk als de pest
Met een zak chips
Lang uit liggend op de bank.

RonaldM.Offerman
Amsterdam 15-03-2013