Gedichten

Bellamyplein

 

Ik weet nog hoe je daar op een bankje zat, moeder

Omringd door tantes, wol en breipennen

Je ogen op het laagje water waar ik, je Benjamin

Als een vis op het droge lag te spartelen

 

De blauwe Terlenka zwembroek

Opgetrokken tot onder de oksels

Het borstbeeld zag op ons toe vanuit de bosjes

De trams raasden piepend in de bochten

 

Op de terugweg naar huis, bruin verbrand

Aten we ijs bij Gerwi in de Kinkerstraat

 

 

Koekoeksjong 

We hadden niets te klagen

Wees dankbaar

Dat zei je zo vaak moeder

Mijn moeder

 

Terwijl het leven als een blok op me was gevallen

En ik er voorlopig niet meer onderuit zou komen

 

Terwijl het zo leuk was volgens haar, dat leven

Keek ik vaak zwijgend de eettafel rond

Naar de mensen die mijn familie waren

Denkend als een koekoeksjong

 

 

 

 

Blijven

Waarom zou ik weg gaan,
Zoals iedereen steeds doet
Waarom naar al die verre plekken reizen
Waar jij dan niet bent
Omdat jij niet om reizen geeft

Wat moet ik vinden tussen al
Die anderen die iets zoeken
En die er dan waarschijnlijk
Wel iets vinden en daar dan zo blij om zijn
Blijkbaar blij, dat hoor ik in hun verhalen

Ik ga niet weg ik blijf,
Om met jou te genieten van het uitzicht
Jouw fiets die zorgvuldig op slot staat
Tegen de boom
Waar soms een hond tegen aan pist

Dan zijn we samen kwaad

 Ronald M.Offerman
Amsterdam 14-04-2016

Ik zou je willen

Ik zou mijn handen op je oren willen leggen
Als een schelp, zodat je mijn stem weer hoort
Ik zou je ogen willen bedekken
Zodat het duister niet je oog verstoord
Ik zou je vast moeten houden
Zolang, zolang als nodig is
Ik zou je tranen willen proeven
Je lippen kussen, je dragen als een kind
Ik zou je hart nog moeten horen
Je lach, je stem, je voetstap op de trap
Ik zou je lichaam willen zien
Alsof je niet weg bent, maar

 

 Ronald M.Offerman
Amsterdam 11-9-2015

 

Amsterdam

Ik ken die plekken van je
Waar ik niet zou moeten komen
omdat pijn en woede op de loer liggen
Onverschillig als je bent
voor wat ik denk of voel
Als een vrouw ben je
beschimpt, vervloekt en soms geschonden
Die de slappelingen opvreet
of ze terug laat vluchten
naar hun holen, waar ze huilend
aan hun wonden likken
Vanwaar ze schelden
op je uiterlijk, je karakter
en de zonde die er in je heerst
Maar ik herschik dagelijks mijn hart
en mijn gedachten, terwijl ik fluitend
nieuwe dingen leer

Ronald M.Offerman
Amsterdam 11-11-2012

In het zand

In het zand daar staan mijn hakken
Ik wil naar een land, waar wonderen gebeuren
Al zal ik daar ook kijken vanaf de kant,
omdat ik er dan ook niet bij zal horen
In het zand daar staan mijn hakken en
wat ik dacht ben ik verloren
Als de nacht valt in mijn stad, zie ik mensen in de kroegen
Daar ben ik dan in de hoop, dat het daar dan zal gebeuren
Dat er iets gaat groeien uit het niets
Dat er een nieuw wonder wordt geboren
We schudden dan handen, zoenen vrouwen,
bespreken plannen, slaan op schouders, drinken drank
Ik schrijf op viltjes mijn gedachten
Terwijl ik voor de gezelligheid bedank
Onderweg naar huis, zie ik helder al de muren
die tussen de mensen staan
Ze zijn vol geschreven met mijn woorden en ik steek ze
voor het slapen gaan, met een jerrycan benzine
in een huizenhoge brand

Ronald M.Offerman
Amsterdam 17-05-2012

Thuisvrees

Jarenlang had ik het,
Of ik in Berlijn was of in Parijs
In Appelscha, Drachten of Hoogeveen
Thuisvrees dat had ik overal
Ik wilde altijd ergens anders heen
Het duurde te lang voordat ik besefte
Dat thuis niet in een omgeving zit
Een berg, een zee, de lucht
Niet in een stad of weer een land
Thuis dat ben jij en ik
Zo burgerlijk als de pest
Met een zak chips
Lang uit liggend op de bank.

RonaldM.Offerman
Amsterdam 15-03-2013